9

De Vrouwe van alle Volkeren AMSTERDAM
   

Dec 2008: VERKLARING OVER DE DEVOTIE - door de Begeleidingscommissie bisdom Haarlem

Kortgeleden is een actie gestart van enkele kardinalen voor een vijfde mariaal dogma. Inmiddels is hieruit een wereldwijde dialoog ontstaan. In de actie weerspiegelt zich ook de devotie tot Maria als de Vrouwe, de Moeder van alle Volkeren. Ook hebben de boodschappen die Maria in de jaren 1945 tot 1959 aan de Amsterdamse zieneres, Ida Peerdeman, had gegeven, in onze tijd een toenemende actualiteit en herkenbaarheid gekregen. Tegelijk blijkt uit een recente publicatie tegen de devotie van Amsterdam hoezeer het enkele opponenten ontbreekt aan werkelijke dossierkennis. Daarom zetten wij de ontwikkeling en kerkelijke positie van de devotie nog eens kort voor u op de rij. Ook vindt u hier een kort overzicht van de boodschappen, in de context van de actualiteit van de wereldsituatie. We hopen u met deze informatie van dienst te zijn.



Kort overzicht van ontstaan en ontwikkeling van de devotie tot Maria als de Vrouwe van alle Volkeren.

Het begon op 25 maart 1945. Een Amsterdamse vrouw getuigt dat Maria haar verschenen is. Het zou de eerste verschijning zijn in een reeks die duurt tot 1959. De zieneres verhaalt hoe Maria een nieuwe titel bekend maakt: “Ik ben de Vrouwe, Maria, Moeder van alle Volkeren”. De boodschappen die zij ontvangt zijn als volgt samen te vatten: ‘De Vrouwe sprak over grote gevaren die kerk en wereld bedreigen, maar ook over een nieuw tijdperk dat komen gaat. Zij sprak over de zending die zij van de Vader en de Zoon had ontvangen om de volkeren van deze tijd tot eenheid te brengen in de ware heilige Geest, en ze terug te voeren naar Christus en zijn Kruis. Ze gaf een nieuw gebed en beloofde onder deze titel en door dit gebed de wereld te mogen bewaren voor een grote wereldcatastrofe. Zij vroeg dat de Kerk haar officieel zou erkennen als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster, opdat zij haar moederlijke zending ten volle zou kunnen vervullen’.

Aanvankelijk reageerde de eerste locale bisschop, Mgr. J. Huibers, gereserveerd. Wel gaf hij toestemming voor het ‘imprimatur’ op het gebed, maar verbood in 1956 op advies van een diocesane commissie vooralsnog de publieke verering, aangezien de bovennatuurlijke oorsprong (nog) niet vaststond (‘non constat’). De commissie gaf zelf aan nog geen definitieve conclusies te kunnen trekken, aangezien “verder onderzoek nodig was”. Overigens de verschijningen duurden nog voort en een uitspraak van de locale bisschop over de bovennatuurlijke oorsprong is dan vooralsnog niet aan de orde. Later nam de bisschop afstand van zijn eerste positie en bepleitte bij Rome en bij zijn opvolger een positievere houding. In een brief aan de toenmalige Aartsbisschop van Utrecht, Kardinaal Alfrink, schrijft hij: “Ik vraag me angstig af of we wel juist gehandeld hebben”. De voorspelling door de zieneres van de dood van paus Pius XII acht maanden tevoren, bevestigd door haar geestelijk leidsman, bracht hij ter kennis van de Congregatie. Ook de verklaringen van kroongetuigen uit het dossier maken onomstotelijk duidelijk dat de bisschop voor zijn dood in 1960 overtuigd was geraakt van de authenticiteit van de verschijningen.

Ook een nieuw, zij het beperkt, diocesaan onderzoek in 1974 kwam niet tot eindconclusies. Het herhaalde het ‘non constat’ van 1956 en gaf enkele aanbevelingen. De commissie stelde voor om de publieke devotie vrij te geven, maar los van de vraag naar de authenticiteit van de verschijningen. De locale bisschop, Mgr. T. Zwartkruis, legde dit verzoek voor aan de Congregatie voor de Geloofsleer. Deze ging hier evenwel niet op in en bevestigde in 1974 de verklaring van de bisschop uit 1956. Als privé devotie ging het gebed over de wereld en werd in ongeveer 70 talen vertaald. Ruim 60 bisschoppen en kardinalen verleenden hun ‘imprimatur’.

Ondertussen had de devotie echter al een geheel onverwachte wending genomen. Opnieuw wordt bericht over een verschijning van Maria als “de Vrouwe van alle Volkeren”, maar nu in Akita te Japan. Voor de eerste maal in 1973. De Zusters van Eucharistische Aanbidding hadden een houten beeld laten maken naar het voorbeeld van het prentje van Amsterdam. Dagelijks baden ze het gebed voor het beeld. En toen gebeurden er wonderlijke dingen. 101 maal weende het beeld menselijke tranen, 5 maal in bijzijn van de bisschop zelf. Er werden genezingen gemeld van doofheid, blindheid, en van kanker. Eén van de zusters, Zr. Sasagawa, getuigt hoe Maria haar verscheen als “de Vrouwe van alle Volkeren”, alsook een engel, die samen met haar het gebed van Amsterdam bad. De locale bisschop, Mgr. Ito, start vervolgens met hulp van de universiteit van Akita een onderzoek. Na 10 jaar onderzoek, in 1984, verklaart hij de gebeurtenissen officieel als van bovennatuurlijke oorsprong. Op de schriftelijke vraag van de toenmalige bisschop van Haarlem, Mgr. H. Bomers, bevestigde hij dit in 1989 in een brief nogmaals met klem. Tweemaal pelgrimeerde hij zelf naar Amsterdam. In 1990 overleed hij. Zijn opvolger bevestigde de verklaring van zijn voorganger, maar noemde deze een persoonlijke mening.

Al in 1981 had de Congregatie haar positie bijgesteld en per brief de locale bisschop voorgesteld om de publieke devotie vrij te geven, maar gescheiden van de authenticiteitsvraag. Dit deed zij opnieuw in 1992 en vroeg daartoe het advies van de Nederlandse Bisschoppenconferentie. Dit advies was positief. In Oktober 1995 werd de toestemming voor de publieke vrijgave van de devotie door kardinaal J. Ratzinger nogmaals mondeling bevestigd. Derhalve werd in 1996 de publieke verering door Mgr. H. Bomers, samen met zijn hulpbisschop Mgr. J. Punt, vrijgegeven. De toenemende vraag van gelovigen en bisschoppen uit de hele wereld om een duidelijke stellingname van de locale bisschop t.a.v. de authenticiteit, vooral ook in het licht van Akita, bracht zijn opvolger, Mgr. Dr. J. Punt, ertoe een nieuw onderzoek in te stellen.

In 2002 erkende hij vervolgens de verschijningen van Amsterdam in essentie als authentiek. Wel tekende hij daarbij aan dat er altijd een “menselijke factor” blijft bestaan, en dat een private openbaring, erkend of niet, “nooit het geweten van de gelovige bindt”. De Congregatie heeft de erkenningen door de bisschoppen van Akita en van Amsterdam niet bevestigd. Wel gaf zij haar toestemming voor de titel, het gebed en de publieke verering, maar verlangde dat de zinsnede ‘die eens Maria was’ zou worden weggelaten of veranderd om verwarring te voorkomen. De devotie manifesteert zich momenteel vooral als een mondiale gebedsactie om de komst van de heilige Geest over onze gewonde wereld, op voorspraak van Maria, de Vrouwe van alle Volkeren. De titel en het gebed hebben een uitzonderlijke actualiteit.

december 2008 Begeleidingscommissie bisdom Haarlem (Amsterdam).

Hiervoor bestaat op het ogenblik een hernieuwde belangstelling. Vandaar deze korte samenvatting als inleiding op de devotie. Van 1945 tot 1959 verscheen Maria onder deze titel aan een vrouw in Amsterdam. De boodschappen beginnen met enkele sociale en politieke voorzeggingen. De kern bestaat evenwel uit gééstelijke voorzeggingen en oproepen, en wijzen een weg naar redding en een nieuwe komst van de heilige Geest.



POLITIEKE EN SOCIALE VOORZEGGINGEN

De Tweede Wereldoorlog loopt ten einde als de Vrouwe voor de eerste keer verschijnt. Het is 25 maart 1945. Ze kondigt aan dat de oorlog in mei zal zijn afgelopen. Dan richt ze haar blik naar de verdere toekomst. De zieneres krijgt een beeld van de uittocht van de Joden uit Egypte en hoort: “Maar Israël zal herrijzen”. In 1948 wordt inderdaad de onafhankelijke staat Israël uitgeroepen. De voorzegging gaat evenwel gepaard met een vermaning over de wijze waarop het volk van Israël het land in bezit neemt en de rechten van het Palestijnse volk miskent: “En Jahweh schaamt zich over zijn volk”. Het is helaas herkenbaar geworden.

Dan ziet de zieneres in China een rode vlag. Vier jaar later, in 1949, wordt na een hevige burgeroorlog de communistische Volksrepubliek China uitgeroepen. Even later, ook nog in 1945, wordt haar de maanlanding getoond. “De Vrouwe wijst me naar iets en ik zie duidelijk de maan voor me. Er komt iets aangevlogen. Ik zie het op de maan komen”. In verschillende beelden wordt haar de tijd van de Koude Oorlog en het ijzeren gordijn getoond, maar ook de val ervan. “Daarna wijst de Vrouwe op een dikke lijn in Duitsland en zegt: ‘Europa is in tweeën verdeeld’. Ik haal die lijn met een greep weg”.

Toch betekent echter dit nog geen vrede. De Vrouwe waarschuwt voor een nieuw afglijden van de mensheid in “verwording, rampen en oorlog”. Ze hamert op de terugkeer naar God en zijn gerechtigheid. “Het is niet onder de mensen te vinden: gerechtigheid, waarheid en liefde”. De zieneres ziet het Kruis midden in de wereld staan en de Vrouwe wijst ernaar. “Ik moet het opnemen, maar draai het hoofd om. Het is alsof ik de mensheid ben en het Kruis van mij afgooi”. “Nee”, zegt de Vrouwe, “dat moet opgenomen en middenin gezet worden… eerst terug naar Hem, dan pas is het ware vrede”.

De boodschappen schilderen een periode van toenemende verwording en rampen, uitlopend op een totale catastrofe, tenzij de mensheid omkeert. “Dan zie ik over Europa zware dikke wolken komen en daaronder grote golven die over Europa heen spoelen… De Vrouwe zegt: Europa, wees gewaarschuwd. Dit is niet alleen een economische strijd. Het gaat erom de geest te bederven. Politiek christelijke strijd…” De tijd waarin dit alles speelt is een tijd waarin het klimaat ons parten zal spelen. “De natuur verandert ook… ramp op ramp, natuurrampen”. Het is akelig herkenbaar geworden.“Meteoren, let daarop”, zegt ze ook. Het zal ook een tijd zijn van globalisering. “Dan zie ik in de verte allemaal oosterse volkeren. ‘Die zal Hij wakker roepen’, zegt de Vrouwe”.

De Vrouwe voorziet een nieuwe tweedeling in de wereld als er geen verandering komt: “Ineens zie ik duidelijk Caïro en krijg een vreemd gevoel daarover. Dan zie ik allerlei oosterse volkeren: Perzen ( Iraniërs ), Arabieren etc. De Vrouwe zegt: ‘De wereld zal als het ware in tweeën verscheurd worden’. Ik zie nu de wereld voor mij liggen en zie daar een grote scheur in komen, een barst die in kronkels dwars over de wereld loopt”. De contouren hiervan worden in onze tijd zichtbaar. De Arabische wereld, Iran, Rusland en waarschijnlijk China aan de ene kant. Europa en Amerika aan de andere.

“De Russen laten het zo niet”, waarschuwt de Vrouwe. De onvrede over het uiteenvallen van de machtige Sovjet Unie zit bij de Russische machthebbers nog zeer diep. De wapen wedloop is weer opgestart. “Rusland zal alles met schijn doen”, zegt ze nog. Ook dit kunnen we dagelijks in het nieuws volgen. Maar ook Amerika draagt schuld. “Dan wijst de Vrouwe op Amerika en gaat afkeurend met de vinger heen en weer, terwijl zij met ernstig gezicht zegt: ‘Speel uw politiek niet te ver uit’! Daarna laat zij mij tot tweemaal toe het kruis voelen dat ook zwaar over Amerika ligt”. En ze waarschuwt: “Amerika en Rusland, dat komt naderbij”. Wat niemand meer voor mogelijk hield, of ook nog houdt, is weer mogelijk geworden. De Vrouwe waarschuwde al 50 jaar geleden.

De Vrouwe wijst op de aardbol en zegt: “Zie toch over al deze landen. Nergens eenheid, nergens vrede. Alles spanning, alles angst. De Heer Jezus Christus laat dit toe. Zijn tijd zal komen. Eerst komt nog een tijd van onrust… heidendom, godloochenaars, slangen, zij zullen eerst nog over deze wereld proberen te regeren”. Rond die tijd zullen zelfs tussen Amerika en Europa conflicten uitbreken. De zieneres ziet ze naast elkaar liggen en ziet dan geschreven staan: “Economische oorlog, boycotting, valuta’s, rampen… dan zie ik het woord ‘honger’ staan en ‘politieke chaos’. De Vrouwe zegt: ‘Dit is niet voor uw land alleen, maar voor de gehele wereld”.

De kans op vrede die het einde van de Koude oorlog bracht, dreigt de mensheid weer te verspelen. In het Midden Oosten zal het beginnen. “Ik zie nu een ronde koepel en krijg in mij: dat is de koepel van Jeruzalem. Ik hoor nu: “Om en nabij Jeruzalem zullen zware gevechten geleverd worden… Sluit u allen aaneen, want de strijd begint. De poorten gaan open. De oosterse volken houden hun handen voor het gezicht in Jeruzalem. Ze zullen ach en wee klagen over hun stad. Er is een grote bron, waarin gij u allen kunt wassen.” Israël, Palestina, Libanon, Afghanistan, Irak, Iran… Eigenlijk is het allemaal al begonnen. Uiteindelijk worden alle landen in de chaos meegesleept. De zieneres ziet het symbolisch uitgebeeld:

“Dan zie ik blauwe en witte strepen door elkaar gaan en dan sterren. Het lijken net vlaggen. Daarna zie ik de sikkel en de hamer, maar de hamer gaat van de sikkel af en dat alles dwarrelt nu door elkaar. Dan zie ik een halve maan en een zon. Ook deze vlaggen gaan door de voorgaande beelden heen. Ten slotte komt er een soort springbok met grote horens die naar achteren lopen. Het lijkt me een Afrikaanse springbok. Die bok maakt geweldig grote sprongen over dat alles heen. Terwijl alles door elkaar draait komt er aan de linkerkant een cirkel en daar doorheen draait de globe. Daarna zie ik ineens een grote zonnewijzer. Ik hoor de Vrouwe zeggen: “de zonnewijzer is gekeerd”.

Evenals in La Salette en Fatima spreekt Maria ook in Amsterdam over het gevaar van een derde wereldcatastrofe, maar steeds onder voorbehoud. Ze is juist gezonden om het te voorkomen. Het doel van de grote profetieën is nooit om een onvermijdelijk noodlot te schilderen, maar altijd om de mensheid de hand te reiken opdat het juist niet zal gebeuren. Maar dat vraagt ommekeer, boete en gebed. Daarmee zijn we bij de kern van de boodschappen.



DE GEESTELIJKE STRIJD

Hier ligt de essentie van de boodschappen. Deze ligt dan ook niet bij de politieke en sociale voorzeggingen. Dat is slechts een prelude. Waar de Vrouwe vooral op wijst is de geestelijke strijd die achter alle uiterlijke gebeurtenissen schuil gaat. Ze probeert met name de Kerk te doordringen van de ernst van de tijd. Er moet gehandeld worden en snel. “De tijd is veel te ernstig. Niemand beseft hoe ernstig”. Als spirituele Moeder van de gehele mensheid is ze gekomen om te helpen en te redden. Ze komt onder een nieuwe titel, die het universele karakter van haar zending voor deze tijd uitdrukt. “Ik ben de Vrouwe, Maria, Moeder van alle Volkeren”. Zij wil Moeder zijn, niet alleen van de katholieken, maar van álle mensen, “wie of wat ge ook zijt”. Op 11 februari 1951, kort na de afkondiging van het dogma van Maria Tenhemelopneming, noemt ze zich voor de eerste keer met deze nieuwe titel.

De boodschappen nemen nu een nieuwe wending. Geleidelijk ontvouwt zich het goddelijk plan waardoor de Vrouwe de wereld mag redden. Maar eerst ontmaskert ze, soms met concrete voorbeelden, het plan van haar egenstander: “de hand van satan gaat over heel de wereld met daarin een dobbelsteen. Weet gij Kerk, gemeenschap, wat dit betekent… ? De wereld wordt omhangen met een valse geest, met satan…” Er is een geestelijke strijd gaande. “Er is een grote stroming in de wereld naar het goede. Daarom is juist die andere geest aan het werk. Die geest is bezig de wereld te beïnvloeden en te bederven… die geest zal proberen door te dringen in allerlei vorm, langzaam, geraffineerd…” Al decennia lang hebben we dit zien gebeuren.

Steeds weer wijst ze op het geestelijk verval als kern van de crisis in Kerk en wereld: de afwending van Christus en zijn Kruis, de grote geloofsafval en de ondermijning van de godsdienst. “De godsdienst zal een zware strijd krijgen en men wil ze vertrappen. Dit zal zo geraffineerd gaan dat bijna niemand daar erg in zal hebben. Maar ik waarschuw…” Dan is het alsof de Vrouwe het Kruis op een soort verhoging zet en ze zegt: “Ziet ge dat Kruis? Daar zal de mensheid naar terug moeten… laat de moderne wereld met zijn moderne techniek dat eenvoudige kruis toch niet vergeten!”

Soms wordt de Vrouwe heel concreet. Al in 1951 laat ze de zieneres een beeld zien van het Tweede Vaticaans Concilie, en bevestigt de noodzaak van veranderingen. Ze vraagt aandacht voor de opleiding van de geestelijken, die vernieuwd moet worden, “maar goed, met de goede Geest”. Ze waarschuwt dat “het celibaat van binnenuit in gevaar is”, maar benadrukt ook dat “de heilige Vader zal dit ondanks alles blijven handhaven”. Ze roept de Kerk op te proberen “zich te zetten in deze moderne wereld met Jezus Christus aan het Kruis”. Boven het Vaticaan ziet de zieneres in grote letters geschreven staan: “Encyclieken’… Dat is de goede weg”, zegt de Vrouwe met nadruk, “maar ze worden niet geleefd”, volgt er droevig op.

Vele malen spreekt ze over de heilige Eucharistie als “het grote Wonder van elke dag” en waarschuwt met kracht voor “dwaalleerstellingen”. De zieneres ziet hoe zij heftig het hoofd schudt: “Neen volkeren, luistert naar hetgeen Hij gezegd heeft, niet een gedachte, maar Zichzélf, onder de gedaante van brood, onder de gedaante van wijn. Zo wil de Heer onder u komen, alle dagen… Brengt uw kinderen terug tot het Offer… brengt uw volkeren terug tot het Offer”. Het eucharistisch Mirakel van Amsterdam is de reden van haar komst juist naar deze stad. “Amsterdam heb ik uitgezocht als de plaats van de Vrouwe van alle Volkeren. Het is ook de plaats van het Sacrament. Begrijp dit goed…” Hier moet ook de nieuwe kerk van de Vrouwe van alle Volkeren komen. Maria en de heilige Eucharistie, in Amsterdam lijkt het visioen van Don Bosco een bijzondere actualiteit te krijgen.

Concreet wordt de Vrouwe ook over verschillende landen. Vaak spreekt ze over Duitsland. “Vooral Duitsland moet zeer waakzaam zijn. Er wordt daar een valse rol mee gespeeld, met Duitsland… de geest van de driehoek tracht door te dringen in een andere vorm”. Haar zorg geldt bijzonder de ‘grote geloofsafval’ en de jeugd. “De jeugd moet van het modern heidendom afgehouden worden. Werk toch hard daarvoor… de kinderen moeten weer één zijn met vader en moeder. Laten ze toch weer samen knielen en de rozenkrans bidden”. Maar ze doet ook een belofte. “De Zoon wil zijn bijzondere bescherming geven en heeft mij gestuurd Duitsland te helpen. Maar ze moeten aangespoord worden dát te doen wat ik zeg”.

Ook over Rome en het Vaticaan spreekt ze concreet en bezorgd. Het wordt bedreigd, maar ook beschermd. De zieneres ziet de koepel van de St. Pieter. “De Vrouwe wijst daarop en zegt: ‘dat is het middelpunt… Laat dat het middelpunt blijven. De geesten der wereld zijn bezig dat middelpunt te vernietigen. Ik zal u helpen”. Ze ziet de paus zitten met opgeheven vingers en boven zijn hoofd het woord ‘strijd’. “Ik zie steeds meer strijd. Dan zie ik ineens soldaten met hoge mutsen op achter de paus staan. Ze steken twee vingers op… Gij weet niet wat in de toekomst verscholen ligt, zegt de Vrouwe, …Rome denkt nog steeds dat het sterk staat, maar weet niet hoezeer het ondermijnd wordt”.

Dan ontvouwt ze haar plan van redding. “Er moet een grote actie komen voor de Zoon en het Kruis, en voor de Voorspreekster en Brengster van rust en vrede, de Vrouwe van alle Volkeren”. Haar zending is de mensheid te brengen naar een nieuwe komst van de Geest. “De wereld is in verwording en vervlakking, weet niet welke kant heen. Daarom zendt de Vader mij om Voorspreekster te zijn, opdat de heilige Geest zal komen. Immers, de wereld wordt niet gered door geweld, de wereld zal gered worden door de Geest… De strijd is niet meer om rassen en volken, de strijd is om de geest. Begrijp dit goed!” .

Hiermee is de kern van haar zending gegeven. De zieneres ziet hoe de Vrouwe diep in de verte staart, en dan zegt: “En de Vrouwe bleef bij haar apostelen tot de Geest kwam… Zo ook mag de Vrouwe nu komen bij haar apostelen en bij de volkeren van heel de wereld om hun de heilige Geest weer en opnieuw te brengen”. Daartoe geeft zij een nieuw gebed: “Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, zend nú uw Geest over de aarde… ” De Vrouwe zegt: “Dit gebed is klein en eenvoudig gegeven, zodat iedereen het in deze moderne, vlugge wereld kan bidden. Het is gegeven om de wáre Geest over de wereld af te smeken”. Steeds weer hamert ze op dit zelfde thema: “Vraagt allen, wie of wat ge ook zijt, dat de ware heilige Geest mag komen. Dit zult gij vragen aan de Vader en de Zoon. De goddelijke Drie-eenheid zal weer regeren over de wereld. De Vrouwe staat hier als Voorspreekster. Het gaat om de Schepper, niet om de Vrouwe. Zeg dit uw theologen…”

Het gebed, belooft ze, heeft bijzondere kracht. “Gij kunt de grote waarde niet bepalen die dit zal hebben”. De zieneres ziet de aardbol bedekt met sneeuw, die smelt en in de grond verdwijnt. “Zoals de sneeuw zich oplost in de aarde, zo zal de vrucht, de Geest, komen in de harten van al de mensen die dit gebed elke dag zullen bidden…” Weer hamert ze op de urgentie en de ernst van de tijd. “Kind, het is dezelfde tijd als voordat de Zoon kwam… Ik weet wel, er is opleving hier en daar, maar lang niet dat wat het zijn moet om de wereld te kunnen redden. En de wereld moet gered worden van verwording, rampen en oorlog. Zend dit gebed met beeltenis naar de landen waar het geloof is afgenomen… Ik wil ook komen onder de volkeren, die van de Zoon worden afgehouden…” In de afgelopen 60 jaar heeft het gebed zich inderdaad haast ongemerkt over de hele aardbol verspreid. Het is in vrijwel alle talen vertaald en heeft het imprimatur gekregen van meer dan 60 bisschoppen en kardinalen.

Een bijzondere boodschap is gericht aan de paus: “Apostel van de Heer Jezus Christus, leer uw volkeren dit eenvoudige, maar zo diepzinnige gebed. Het is Maria, de Vrouwe van alle Volkeren die u dit vraagt. Gij zijt de herder van de Kerk van de Heer Jezus Christus. Hoed uw schapen. Weet wel: grote dreigingen hangen over de wereld. Nu is het tijdstip gekomen waarop gij zult spreken over Maria als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster, onder de titel ‘de Vrouwe van alle Volkeren’. Waarom vraagt Maria dit van u? Omdat zij gezonden is door haar Heer en Schepper, om onder deze titel en door dit gebed, de wereld te mogen verlossen van een grote wereldcatastrofe. Gij weet dat Maria wil komen als de Vrouwe van alle Volkeren. Nu vraagt zij dat de mensen deze titel van u, de heilige Vader, mogen horen…”

Tenslotte volgt het laatste deel van haar plan. Als de Kerk officieel haar zending als de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster erkent, dan kan zij haar moederlijke macht ten volle ontplooien. “De Vrouwe van alle Volkeren belooft de wereld te zullen helpen als zij deze titel erkennen, als zij haar onder deze titel zullen aanroepen… Als het dogma, het laatste dogma in de mariale geschiedenis, is uitgesproken, dan zal de Vrouwe van alle Volkeren de vrede, de ware vrede geven over de wereld. De volkeren echter moeten bidden mijn gebed, mét de Kerk…” Steeds weer probeert ze het uit te leggen waarom het dogma nodig is en wat het precies betekent.

“Nogmaals zeg ik: de Zoon kwam in de wereld als de Verlosser van de mensen. Het verlossingswerk was het Kruis. Hij was gezonden door de Vader. Nu echter willen de Vader en de Zoon de Vrouwe zenden door heel de wereld. Immers, zij is de Zoon vroeger ook voorgegaan en gevolgd. Daarom sta ik nu op de wereld, op de wereldbol. Het Kruis staat daar vast opgedrukt, ingeplant. Nu komt de Vrouwe ervoor staan als de Moeder van de Zoon, die met Hem dit verlossingswerk heeft volbracht. Deze beeltenis spreekt duidelijke taal en zal in de wereld gebracht worden, omdat de wereld weer het Kruis nodig heeft”.

Dit dogma zal veel discussie en strijd oproepen, voorziet ze, “het zal verwondering wekken bij de anderen… de Kerk, Rome, zal echter niet angstig zijn om deze strijd op te nemen. Het kan de Kerk alleen krachtiger en sterker maken. Dit zeg ik tegen de theologen…” De andere dogma’s moesten voorafgaan. “Het laatste en grootste dogma komt hierna… het zal het voornaamste zijn: als Medeverlosseres voor het Kruis te staan in deze tijd”. Nogmaals legt ze uit dat het hierbij niet alleen gaat om theologie, maar om de wereld te ontrukken uit de macht van de Boze. “Nog is satan vorst van deze wereld. Hij houdt vast wat hij kan. Daarom moest nu de Vrouwe van alle Volkeren komen in deze tijd. Zij is immers de Onbevlekte Ontvangenis en daardoor de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Deze drie gedachten in één. Theologen, hoort gij het goed…?”

Al bijna honderd jaar wordt met tussenpozen voor dit dogma geijverd, in onze tijd met nieuwe kracht. Steeds weer maken de boodschappen duidelijk hoezeer de hemel hierop wacht, en welke beloftes hieraan verbonden zijn. Samen met de titel en het gebed vormt het de voorbereiding op een nieuwe komst van de heilige Geest over de mensheid. Een nieuw Pinksteren dat vrede en eenheid zal geven tussen de volkeren, en alle christenen zal samen brengen in één gemeenschap rond Maria en de Eucharistie, met als herder de opvolger van Petrus. Daarmee is het reddingsplan van de Vrouwe voor onze dramatische tijd voltooid.



december 2008, Stichting Vrouwe van alle Volkeren.



© 2009 www.mariadevrouwe.nl