|
ELFDE BOODSCHAP
4 januari 1947
Dreiging over de wereld
Ik zie de Vrouwe staan. Zij zegt:
“Laten ze toch steun zoeken in het ware.”
Zij laat mij als het ware met mijn hand over de wereld voelen
en ik krijg daar zo’n ontzettende pijn in. De Vrouwe zegt:
“Dit is de wereld van het ogenblik.”
Ik ga er weer overheen met mijn hand. Ik zie dan een beeld van
de wereld, zoals ik die nu gewend ben. Dan verandert dat beeld
en het is nu ineens een totaal andere wereld geworden. De Vrouwe
zegt:
“Dit is de wereld van later, die is heel zwaar. De wereld
zal zichzelf vernietigen.”
Dit laatste zegt de Vrouwe bedroefd en zo, alsof zij de mensen
wil waarschuwen: als jullie zo doorgaan, vernietigt de wereld
zichzelf.
Rome, wees gewaarschuwd
Dan neemt de Vrouwe als het ware de wereldbol in haar hand en
draait die rond. Zij zegt:
“Het moet weer beter worden, maar…”
Ik kijk waarnaar de Vrouwe wijst en zie allerlei kerken; ik krijg
het gevoel dat het geen katholieke kerken zijn. Er middenin zie
ik Rome. De Vrouwe gaat weer waarschuwend met de wijsvinger heen
en weer en zegt:
“Rome, wees toch gewaarschuwd!”
Daarna zie ik de Engelse kerk, dat wordt mij ingegeven; ik voel
dat daar een verandering komt.
Naastenliefde, rechtvaardigheid, waarheid
De Vrouwe komt een stap naderbij en zegt:
“Kijk.”
Ik zie ineens een bundel van allerlei kerktorens dicht bij elkaar.
Dan neemt de Vrouwe een ijzeren band. Zij legt deze band om die
bundel torens heen en bindt deze dicht. Wij kijken samen daarnaar.
Dan laat zij die band los en zegt driemaal achter elkaar:
“Omhoog.”
Terwijl zij dat zegt, brengt zij haar handen iedere keer een
beetje hoger. Dan begint zij woorden boven die kerk te schrijven
en ik lees hardop: ‘Naastenliefde’; dit zet zij midden
boven de torens. Daarna schrijft zij rechts, doch lager: ‘Rechtvaardigheid’.
Dan gaat zij naar links en schrijft daar: ‘Waarheid’.
Ik hoor de Vrouwe intussen zeggen:
“Dit alles is nog niet echt te vinden, hoeveel malen heb
ik dit al gezegd!”
En zij schudt meewarig het hoofd.
Ik zie ineens weer Rome. De Vrouwe wijst daarop en zegt:
“Ik kan niet genoeg waarschuwen dat zij dit toch in de
goede zin navolgen.”
Ik zie daarna grote veranderingen komen, welke de Vrouwe mij
laat zien.
Ruim moeten zij zien
Ik zie het volgende: grote golven rood die steeds maar dieper
en dieper doordringen over de wereld. Ik zie ze hoe langer hoe
verder gaan. Ik hoor de Vrouwe zeggen:
“Dat is goed maar… meer geestelijk, echt in de waarheid,
rechtvaardigheid en naastenliefde.”
Daarna is het alsof ik jaren later heel andere geestelijke stromingen
zie komen. De Vrouwe zegt:
“Ik waarschuw Rome nogmaals. Ruim… ruim moeten zij
zien, maar…”
En terwijl de Vrouwe op die woorden wijst, is alles ineens weg.
|