| EENENTWINTIGSTE
BOODSCHAP
14 februari 1950
De jongeren
Ik zie de Vrouwe staan. Zij zegt tegen mij:
“Mijn kind, ik kom hier om je te vertellen wat ik voor
een boodschap heb. Er moet gewerkt worden en heel hard ook.”
Dan maakt de Vrouwe met de handen een beweging alsof zij verschillende
personen wenkt. Ik zie vervolgens allemaal jonge mensen, meisjes
en jongemannen. Plotseling verdwijnt dat beeld en nu zie ik weer
de Vrouwe. Het is alsof zij die jonge mensen wenkt om voor haar
te komen staan. Zij zegt:
“Ik zie ze nog niet, de legers van jongemannen en meisjes.
Waarom wordt er niet aan begonnen en wordt het nagelaten?”
En het is alsof zij rondkijkt waar ze blijven. Dan zegt zij:
“Daarom kom ik hier om erop te wijzen. Dit is ook voor
Duitsland bestemd.”
Het eenvoudige kruis
Dan gaat de Vrouwe verder:
“Er is een grote stroming in de wereld naar het goede.
En daarom is juist de andere geest aan het werk. Die geest is
bezig de wereld te beïnvloeden en te bederven. De mensen
in zich zijn niet slecht, maar zwak.”
Dan heeft de Vrouwe weer een kruis in de hand. Het is alsof zij
het op een soort verhoging zet en zij zegt:
“Ziet gij dat kruis? Daar zal de mensheid naar terug moeten
gebracht worden. Ik vraag ze dringend: laten ze in de moderne
wereld met zijn moderne techniek dat eenvoudige kruis toch niet
vergeten!”
Met moderne middelen werken
Daarna zie ik de paus voor mij en rondom hem het hele Vaticaan.
Het is alsof de Vrouwe ineens boven dat alles staat. En dan zie
ik dikke druppels vallen op het Vaticaan; die druppels komen vanaf
de Vrouwe. Waarschuwend zegt zij:
“Deze Kerk heeft nu nog de kans, maar meer zeg ik daarover
niet. Ik sprak daar over de moderne wereld. Waarom zoekt Rome
niet nog meer moderne middelen en werken zij niet nog meer in
de moderne geest? Laten zij toch die middelen aangrijpen om die
geest van de wereld te winnen. Anderen zorgen wel voor het lichaam.
De Kerk moet de geest bewerken. Zij hebben nu juist zo’n
grote kans, daar de mensheid zoekende is. Het is niet meer tegen
de naties, maar tegen de geest.”
Amerika en Rusland. Japan. Indië
Dan vervolgt de Vrouwe:
“Daar zal een grote strijd komen: Amerika en Rusland; dat
komt naderbij.”
Ik krijg ontzettende pijn in mijn handen. Dan zegt de Vrouwe:
“Japan zal zich bekeren.”
Ik weet niet wat dit betekenen moet.
Daarna voel ik een vreselijke pijn over Indië komen; de
Vrouwe laat mij die in de hand voelen.
Nu nog is de kans
Dan zegt de Vrouwe:
“Als Rome goed wil werken dan zal er van alle kanten meer
drang komen.”
En dan zie ik het Vaticaan. De Vrouwe staat als het ware weer
daarboven en maakt met de handen een beweging alsof zij rondom
het Vaticaan verschillende kerken plaatst. De Vrouwe zegt dan
alsof zij voor zich heen praat:
“Nu nog is de kans. Deze paus moet beseffen welk een groot
werk hij in deze tijd moet verrichten.”
Duitsland
Daarna laat zij mij Duitsland zien en zegt:
“Vraag toch dat de paus zendbrieven stuurt. Duitsland immers
heeft zo’n behoefte aan de goede geest. Die geest kunnen
zij brengen.”
Ik zie een aartsbisschop in Duitsland, een krachtige figuur.
“Hij zal een strijd voeren”,
hoor ik de Vrouwe zeggen. Dan maakt zij met de twee vingers,
wijs- en middelvinger ver van elkaar gespreid, een zig-zag lijn
midden over Duitsland en zij zegt:
“Bewerkt toch de jeugd in Duitsland, gij allen die daarvoor
aangesteld zijt. Ik zeg u dit niet voor niets.”
En dan gaat de Vrouwe weg.
|