|
EENENDERTIGSTE BOODSCHAP
15 april 1951
De lendendoek
Ik zie weer dat grote helle licht. Heel langzaam komt de Vrouwe
uit dat licht naar voren en dan staat zij duidelijk voor mij.
De Vrouwe zegt nog niets maar kijkt mij glimlachend aan. Dat duurt
even en dan begint zij te spreken. De Vrouwe zegt:
“Kind, kijk nogmaals goed.”
Nu wijst de Vrouwe op de gordel die zij om haar middel heeft
geslagen, daar moet ik goed naar kijken. De Vrouwe zegt:
“Je hebt alles goed weergegeven.
Je bent op de goede weg. Alleen, kijk nog eens goed naar deze
doek.”
Ik zie nu dat de Vrouwe de doek van haar middel neemt. Het is
een heel lange doek en zij laat mij zien hoe zij die omslaat.
Met de linkerhand houdt zij een uiteinde vast en met haar rechterhand
slaat zij die doek tweemaal om haar middel tot zij weer aan de
linkerkant komt. Dan slaat zij met haar linkerhand het uiteinde
naar binnen, zodat er nog een klein stukje naar beneden komt te
hangen.
“Luister goed wat dit betekent”,
zegt de Vrouwe.
“Dit is als de lendendoek
van de Zoon. Ik immers sta als de Vrouwe voor het kruis van de
Zoon.”
Een nieuw dogma
“Deze beeltenis zal voorafgaan…”
Hier wacht de Vrouwe even en dan herhaalt zij met veel nadruk:
“zal voorafgaan - aan een
dogma, een nieuw dogma. Nu leg ik je het uit, luister goed. De
Zoon kwam in deze wereld als de Verlosser van de mensen en het
verlossingswerk was het kruis met al zijn lijden, geestelijk en
lichamelijk.”
Dan gaat de Vrouwe weg van het kruis en sta ik weer voor dat
grote kruis. Ik krijg weer die ontzettende pijnen, in een heviger
mate dan voorheen. Dat duurt lange tijd voor mij en dan komt de
Vrouwe als in een waas voor het kruis staan. Ik zie haar ineenkrimpen
en dan begint zij te wenen. Zo’n onbeschrijfelijk leed staat
er op haar gezicht en de tranen lopen over haar wangen. Dan zegt
de Vrouwe:
“Kind.”
En nu is het of zij dat leed over mij brengt. Ik krijg eerst
een geestelijke matheid over mij, heel erg voel ik dat. En ik
krijg dezelfde pijnen als voorheen, doch niet zo zwaar als de
eerste maal. Ineens is het alsof ik in elkaar zak en ik zeg tegen
de Vrouwe: "Ik kan niet meer." Het duurt nog even en
dan is alles over.
De Medeverlosseres en Voorspreekster
De Vrouwe staat nu weer duidelijk voor het kruis en zegt:
“Luister goed, begrijp goed
wat ik nu uit ga leggen. Nogmaals zeg ik: de Zoon kwam in de wereld
als de Verlosser van de mensen; het verlossingswerk was het kruis.
Hij was gezonden door de Vader.
Nu echter wil de Vader en de Zoon
de Vrouwe zenden door heel de wereld. Immers, zij is de Zoon vroeger
ook voorgegaan en gevolgd. Daarom sta ik nu op de wereld, op de
wereldbol. Het kruis staat daar vast op gedrukt, ingeplant. Nu
komt de Vrouwe ervoor staan als de Moeder van de Zoon, die met
Hem dit verlossingswerk heeft volbracht. Deze beeltenis spreekt
duidelijke taal en zal nu reeds in de wereld gebracht worden omdat
de wereld weer het kruis nodig heeft.
De Vrouwe echter staat als de
Medeverlosseres en Voorspreekster voor het kruis. Hierover zal
veel strijd komen. De Kerk, Rome, echter zal niet angstig zijn
om deze strijd op te nemen. Het kan alleen de Kerk krachtiger
en sterker maken. Dit zeg ik tegen de theologen. Verder zeg ik
hun: neemt deze zaak ernstig op. Nogmaals zeg ik: de Zoon zoekt
immer het kleine, eenvoudige voor zijn zaak. Kind, ik hoop dat
gij dit goed zult begrepen hebben en kunt weerleggen.”
Snelle verspreiding van het gebed
“Nu spreek ik in het bijzonder
tot jou, kind: zorg voor de snelle verspreiding.”
Ik zeg tegen de Vrouwe: "Hoe ben ik daartoe in staat? Ik
heb zo’n angst daarvoor." Dan zegt de Vrouwe:
“Hebt gij angst? Ik help
toch! Gij zult merken, de verspreiding gaat als vanzelf. Gij zijt
op de goede weg. Dit zal en moet gebeuren; de mensen die dit gebed
aannemen, zullen de belofte maken dit iedere dag te bidden. Gij
kunt niet bepalen de grote waarde die dit zal hebben. Gij weet
niet wat de toekomst brengt.”
De wereld in verwording
En nu laat de Vrouwe mij de wereld zien en het is alsof over
de hele aardbol slangen rondkruipen. Dan zegt zij:
“De mensen beseffen nog
steeds niet hoe erg het is gesteld in de wereld. Omdat de mensen
zo vervlakken, kunnen zij niet voelen hoeveel schade dat brengt
aan het geloof.”
Daarna kijkt de Vrouwe lange tijd voor zich heen alsof zij heel
in de verte tuurt. Dan zegt zij:
“Kind, het is dezelfde tijd
als voordat de Zoon kwam. Daarom kan ik niet genoeg aandringen
dat de mensen, dat Rome, dat allen meehelpen te strijden voor
de zaak van de Zoon. Ik weet wel, er is opleving hier en daar,
maar lang niet dat wat het zijn moet om de wereld te kunnen redden.
En de wereld moet gered worden van verwording, rampen en oorlog.
Zend dit gebed met beeltenis naar die landen waar het geloof afgenomen
is.”
Vrede
“En dan spreek ik voor je
leidsman. Zeg hem dat hij weet te handelen. Ik zal meehelpen en
gij zult alleen doen wat ik zeg. Ik immers wil de Vrouwe van alle
Volkeren zijn, die mede de wereld wil helpen in deze tijd. Niemand
weet waarheen. Welaan dan, ga terug tot het eenvoudige geloof
en de wereld zal weer vrede krijgen.”
Nu gaat de Vrouwe weg, heel langzaam en ik hoor haar weer zeggen:
“Deze tijd is onze tijd.”
|