EENENVEERTIGSTE BOODSCHAP

6 april 1952

(Palmzondag)


Die eens Maria was

Daar staat de Vrouwe weer. Zij zegt:

“Je zult goed luisteren en overbrengen wat ik je vandaag kom zeggen. Zeg tegen de theologen dat ik niet tevreden ben over de verandering van het gebed. ‘Moge de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, onze Voorspreekster zijn’, dat zal zo blijven.1 Deze tijd is onze tijd.

Zeg het volgende aan de theologen. Bij het kruisoffer kwam de Vrouwe. De Zoon zei tegen zijn Moeder: ‘Vrouwe, zie daar uw zoon’. De verandering kwam dus bij het kruisoffer. De Heer en Schepper koos uit alle vrouwen Mirjam of Maria om de Moeder te worden van zijn goddelijke Zoon. De Vrouwe werd zij bij het kruisoffer, de Medeverlosseres en Middelares. Dat werd door de Zoon aangekondigd terwijl Hij terugging naar de Vader. Daarom breng ik in deze tijd deze nieuwe woorden en zeg: ik ben de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was. Zeg dit uw theologen. Deze woorden hebben voor de theologen deze betekenis.”

 

Wie of wat ge ook zijt

“Deze tijd is onze tijd. Het nieuwe dogma dat komen zal, is het laatste mariale dogma: de Vrouwe van alle Volkeren als de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Bij het kruisoffer gaf de Zoon deze titel aan de hele wereld. Wie of wat ge ook zijt, ik ben voor u de Vrouwe.

Ik kom zeggen tegen deze verworden en ontredderde wereld: sluit u allen aaneen. Gij, christenmensen, zult elkander vinden bij de Vrouwe van alle Volkeren, zoals gij elkander vindt bij het kruis van de Zoon. Er zal en moet veel veranderd worden onder de Gemeenschap, aan de Kerk. Gij, mensen, wie of wat ge ook zijt, steunt en helpt elkander. In het eerste en voornaamste gebod zult gij alles vinden wat gij nodig hebt. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, onze Voorspreekster zijn.”

 

Een grote taak

“De Vrouwe wil vooral komen daar waar zij was en nog niet is geweest. Gij hebt een grote taak te vervullen”,

zegt de Vrouwe tegen mij.

“Laten al diegenen, die meewerken aan dit grote werk, dit doen met grote ernst en vol ijver. Jouw taak, kind, is nog niet ten einde. Zeg uw bisschop dat hij het gebed door zal geven over heel de wereld. Ik zal hem helpen. Uw leidsman zal ik bijstaan tot het einde.

Zeg tegen de paus dat het goed is. Hij zal mij begrijpen. Zeg tegen de paus alles voor te bereiden voor het nieuwe dogma. Zeg tegen de paus alle veranderingen klaar te maken en te bespreken met diegenen, die door hem werden uitgezocht. Zeg tegen de paus dat de tijd nu gaat aanbreken.”

 

Bidt het gebed

“De Vrouwe van alle Volkeren zal boven de Gemeenschap staan. Laat allen vragen door dit eenvoudige gebed en de Vrouwe zal ze helpen, naar gelang de Vader en Zoon wil. Zij was Maria, de Dienstmaagd des Heren. Zij wil nu zijn de Vrouwe van alle Volkeren. Wie of wat ge ook zijt, kom tot de Vrouwe van alle Volkeren. Ik waarschuw de christenmensen en zeg:

Ziet toch de ernst van deze tijd. Sluit uw handen ineen. Plant het kruis toch midden in de wereld. Gij zijt allen verantwoordelijk voor uw taak, die gij in deze tijd te vervullen hebt. Laat u niet naar de verkeerde geest brengen. Bidt elke dag dat de Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, de Heilige Geest moge zenden over deze wereld en de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, zal uw Voorspreekster zijn. Het zij zo.”

En dan is de Vrouwe weg.


1 Het gebed werd aanvankelijk verspreid zonder de woorden ‘die eens Maria was’, omdat de bisschop daartegen bezwaar maakte. De Vrouwe laat hier uitdrukkelijk weten dat zij deze woorden gehandhaafd wil zien. Dit werd overgebracht aan de bisschop, waarna de weggelaten woorden weer in het gebed werden opgenomen.



 


|1| |2| |3| |4| |5| |6| |7| |8| |9| |10| |11| |12| |13| |14| |15| |16| |17| |18| |19| |20| |21| |22| |23| |24| |25| |26| |27| |28| |29|
|30| |31| |32| |33| |34| |35| |36| |37| |38| |39| |40| |41| |42| |43| |44| |45| |46| |47| |48| |49| |50| |51| |52| |53| |54| 55| 56|