bulletin nr 10 – juni 2003

DE HEILIGE GEEST HANGT IN DE LUCHT de vijfde internationale gebedsdagen

De vooravond
De vooravond van Pinksteren ving aan met o.a. het bekeringsverhaal van Mónica uit Chili. Ze vertelde hoe ze al vóór haar huwelijk met een agnostische man de Kerk en het Geloof de rug had toegekeerd. Hun eerste kind, een meisje, bleek na drie maanden onherstelbaar geestesziek; het zou nooit meer normaal worden, hadden de dokters gezegd. Er volgde een periode van tranen, treurnis en eenzaamheid, maar ook van zoeken. Op een keer bevonden Mónica en Luis zich in een biddende groep, en ineens voelden zij een hand op hun schouder. Het was een kleine vrouw die zei: ‘Ik zag jullie, en ik ben blij dat jullie zijn teruggekeerd.’ Haar woorden klonken zo liefdevol, aldus Mónica, dat het niet anders kon dan dat het Maria zelf was die door deze vrouw tot haar sprak. Maanden lang bevonden Mónica en Luis zich in een staat van tedere dankbaarheid, en het was in die tijd dat zij via pater Martín de Vrouwe van alle Volkeren vonden. Ze trokken naar Amsterdam om in de kapel aan de Diepenbrockstraat het schilderij te bewonderen. ‘Maria keek ons aan, en liet ons merken dat Zij blij was dat wij eindelijk gekomen waren.’ In de kapel hoorden zij van zuster Maria Columba dat het Maria’s bedoeling was dat zij de beeltenis van de Vrouwe naar Chili zouden brengen, en dat gebeurde in 1997. ‘Het heeft zestien jaar geduurd eer wij ons bekeerden’, besloot Mónica: ‘Het leven is een kruis, en dat is de grootste schat.’ Het lijden om hun geesteszieke dochter konden ze nu aanvaarden als een heilige opdracht.

Monseigneur Punt arriveert
Terwijl in aanloop naar de H. Mis het rozenhoedje wordt gebeden - elk tientje in een andere taal - , verschijnt bisschop Jozef Marianus Punt ten tonele om de pelgrims te verwelkomen en te zeggen dat de Heilige Geest in de lucht hangt. Een luid applaus begroet zijn woorden. De Parkhal van het RAI-Congrescentrum, waar inmiddels duizenden zijn samengestroomd, is versierd met een gigantisch drieluik van een vijftiende-eeuwse Aanbidding van het Kind Jezus en zijn Moeder door de eerbiedige koningen en hun entourage. Een Peruaanse groep brengt het beroemde ‘El condor pasa’ ten gehore, terwijl op de grote filmschermen links en rechts van het drieluik en het Altaar dia’s worden vertoond van het Andes-gebergte en het Titicacameer, afgewisseld door close-ups van Onze Lieve Vrouwe, de Drie-Eenheid en andere geloofstaferelen. Bisschop Scarrone uit Uruguay houdt een lang relaas waarin hij de betekenis van de Maagd Maria voor Latijns-Amerika uit de doeken doet. Sinds de ontdekking van 1492 begon het continent te leven waar thans meer dan de helft van alle katholieken woont. Op de filmschermen verschijnt de beeltenis van de Maagd van Guadelupe, begin van de grootschaligste bekering uit de geschiedenis van het christendom. Bisschop Scarrone noemt enige van de tientallen steden die mariale namen dragen: Rosario, Asunción, Concepción, Santa Maria del Buen Aire (Buenos Aires). ‘Als wij christenen willen zijn, moeten wij mariaal zijn’, concludeert hij.

Mgr Hnilica, Fatima-expert
Een Duitse ingenieur die sinds 1997 de internationale gebedsdagen heeft bijgewoond, uit zijn erkentelijkheid voor de rust in zijn leven en herinnert eraan dat de Vrouwe van alle Volkeren met een voet op Duitsland staat. Hij bidt iedere dag Haar gebed tussen de tientjes van de rozenkrans en hij laat een dikke map zien met het gebed in dertig talen dat hij constant, overal waar hij komt, verspreidt. Na de pauze volgt de H. Mis met bisschop Pavel Hnilica als hoofdcelebrant. Pater Paul Maria Sigl F.M.M. uit Oostenrijk, die gedurende de gebedsdagen als geestdriftig ceremoniemeester optreedt, presenteert de bisschop als Fatima-expert, en daarvan wordt een en ander duidelijk tijdens de preek. De oproep tot het dagelijks bidden van de rozenkrans door Maria vormt voor monseigneur Hnilica de samenhang tussen Fatima en Amsterdam, waarbij hij de eerste boodschap van Maria aan Ida Peerdeman memoreert: aan het gestaag bidden van de rozenkrans is het te danken dat de Tweede Wereldoorlog sneller afliep dan verwacht. Maria’s medeverlossend werk uitte zich ook in Fatima in verband met het einde van de Eerste Wereldoorlog. Na een verslag van zijn eigen kampleven tijdens de communistische terreur in zijn vaderland Slowakije, verwijst hij naar het boek Apelos da Mensagem de Fatima uit 1997 (Eng. vert. ‘Calls from the Message of Fatima’), waarin zuster Lucia, enige overlevende van de drie herderskinderen van 1917, Onze Lieve Vrouw herhaaldelijk betitelt als Medeverlosseres. Wij - besluit monseigneur Hnilica - moeten ons lijden met het Hare verenigen en met Haar onder het Kruis willen staan om aldus tot een medeverlossende kudde te worden. Ook herhaalt de bisschop dat Paus Johannes Paulus II Maria al zes maal Medeverlosseres heeft genoemd. De vooravond van Pinksteren mondt uit in een samenstromen van de jeugd op het Altaar in de Parkhal rond het wit-gekroonde en met bloemen omkranste schilderij van de Vrouwe van alle Volkeren.

Pinksteren
Om acht uur ’s ochtends straalt de zondag van Pinksteren in de uitgestelde monstrans op het Altaar tijdens de Aanbidding. Binnen een uur is de Parkhal bijna geheel vol, met wellicht zo’n zesduizend tot achtduizend mensen, waarvan een groot deel duitstalig. Na de Aanbidding en tijdens getuigenissen van gastsprekers is er achter in de hal gelegenheid tot biechten in alle talen. Rijen lang staan de pelgrims voor de gordijnen van de hokjes rond de kapel met de afbeelding van de Barmhartige Jezus van Zuster Faustina. Vanaf het Hoofdaltaar onder de gigantische triptiek volgen de getuigenissen elkaar op, met o.a. een verslag van de voorzitter van de Stichting van de Vrouwe van alle Volkeren, drs. A.W. Leeman. Cruciaal voor deze Vijfde Internationale Gebedsdag is het feit van de erkenning van Amsterdam sinds 31 mei 2002 door de bisschop van Haarlem. De ‘terughoudendheid’ van vorige gebedsdagen heeft daarom plaatsgemaakt voor een meer ontspannen, vrije sfeer.     uitgestelde monstrans  

De toestand in de wereld
Pater Sigl vertelt hoe dankzij de Vrouwe van alle Volkeren de voortgang van een funeste burgeroorlog in Ivoorkust tot staan kwam. In de kathedraal van Abidjan prijkt nu een levensgrote afbeelding van de Vrouwe. Een uit Ivoorkust afkomstige zanger tevens priesterstudent in Rome, brnegt ter Harer Ere een ontroerend danklied ten gehore. Daarna maakt pater Sigl in een ongeveer twintig minuten durende voordracht de balans op van wat er in de afgelopen drie jaren, sinds de Vierde Internationale Gebedsdag, is gebeurd. Tegen de achtergrond van de aanslag van 11 september 2001 op het WTC, de oorlogen in Afghanistan en Irak, gevolgen van de voortschrijdende verwording, vormde de erkenning van 31 mei 2002 een heugelijk lichtpunt. Uit Rome is er een felicitatie van Alfons Maria kardinaal Stickler, een van de eersten die de Vrouwe durfde te erkennen als machtige hulp in de geestelijke en morele crisis die de wereld doormaakt. Pater Sigl hamert erop hoe Maria die crisis voorzag in haar boodschappen aan Ida Peerdeman. In dat verband betoogt hij dat alle apocalyptische verschijningen van de negentiende en twintigste eeuw op die van Amsterdam vooruitlopen. Ook wijst hij erop dat de postconciliaire Kerk zich in de mist bevindt, iets wat de Vrouwe al in de jaren veertig van vorige eeuw zag aankomen. Een jonge priester uit de Duitse stad Mainz bevestigt dat in zijn land de Kerk net zo verdeeld is als in Nederland. Hij typeert de Duitse ‘Acht Mei’ als een drijfzandkerk die met medeplichtigheid van de media de Rome-getrouwen het leven moeilijk maakt. En had Maria ook dat niet in haar Amsterdamse boodschappen voorspeld? Pater Sigl richt vervolgens de schijnwerper op de verworden wereld met haar satanische rockconcerten, helse horor-films, pornografische opdringerigheid, Harry Potter, drugs, zwarte magie, zelfmoordterroristen, biologische oorlogen, dertigduizend van honger stervende kinderen per jaar. We stevenen af - betoogt pater Sigl - op een wereldcatastrofe die alleen de Vrouwe van alle Volkeren kan verhinderen; en niet de honderdduizenden pacifistische demonstranten, want die bidden niet! Nodig is bekering, liefs massale bekering! Om de droefheid over de onloochenbare verwording niet te laten overheersen, komt de Oostenrijkse pater met mooie cijfers over de verschillende nationale gebedsdagen van de afgelopen jaren om te eindigen met het visioen van Don Bosco dat het schip van Petrus voor de woedende golven moet bewaren door reddende kettingen aan de zuilen van de Eucharistie en Maria. Zo blijft de Kerk gevrijwaard, en Amsterdam speelt in die reddingsactie een hoofdrol door het eucharistisch wonder van 1345 en de verschijningen van de Vrouwe precies zeshonderd jaar later in 1945. Amsterdam roept hij uit tot Eucharistische Stad, Pinksterstad, Stad van een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest.


Persoonlijke bekering

Twee jonge Nederlanders, Mathijs en Robin, brengen verslag uit van hun bekering. Robin ontving de avond daarvoor het H.Vormsel; Mathijs, die 11 oktober was gedoopt en gevormd in de kapel, groeide zonder geloof op, belandde in het milieu van drugs en hoogmoedige meditatie. Haat, nijd en jaloezie dreef zijn groep uit elkaar. ‘Ik zweefde’, aldus Mathijs, ‘ik was overspannen, ik was mezelf kwijt.’ Na een cursus van zes jaar vond hij een bestemming als programmeur, maar nog altijd kon hij het verschil niet zien tussen de Heilige Schrift en andere religieuze boeken als de Bhagavad Gita en de Koran. Op een dag ontmoette hij Robin, die net bekeerd was en via hem leerde hij de Vrouwe kennen.


In het teken van de rozenkrans

Om half twaalf begint de Hoogmis met de intocht van een kleine zeventig vlaggen gedragen door vertegenwoordigers van even zovele nationaliteiten. Een zee van priesters en bisschoppen vult het enorme podium met het Altaar. Vlak te voren was boven de Parkhal een onweer losgebarsten dat de benauwde vochtige hitte van de dag brak. Monseigneur Punt meldt in zijn welkom dat de Amsterdamse Hebreeuwse naam Mokum luidt, wat hij vertaalt met ‘heilige plaats’ en om die constatering kracht bij te zetten refereert hij aan de donderslagen van zoëven, teken van de Heilige Geest. Ignace Moussa kardinaal Daoud, prefect van de Congregatie van de Oosterse Kerken, ooit archimandriet van Antiochië en het Midden Oosten, celebreert de Heilige Mis in het Frans en het Latijn. Monseigneur Punt begroet alle bisschoppen en de kardinaal persoonlijk en brengt eveneens de groeten over van alle bisschoppen uit alle continenten die vanwege hun werkzaamheden voor Pinksteren niet aanwezig konden zijn. ‘God heeft een plan met de wereld en onze Kerk, vrede wil Hij en daartoe heeft Hij Maria gestuurd, om de Kerk te reinigen.’ Na de lezingen in het Spaans en het Duits en het Evangelie in het Nederlands, begint kardinaal Daoud zijn preek met de mededeling dat dit al de derde keer is dat hij in Amsterdam de Vrouwe op haar Internationale Gebedsdag is komen eren. Zijn preek is een meditatie over de rozenkrans, de oproep van de Paus om die dagelijks te bidden ten behoeve van de wereldvrede. De rozenkrans typeert hij als ‘christocentrisch’ en compendium van de geloofsgeheimen. Maria is onze Middelares, en dus ook onze Medeverlosseres. Zij zal de grenzen tussen de volkeren, de haat die ons van elkaar scheidt, slechten en een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest bewerkstellingen. Tijdens de offerande dragen vertegenwoordigers van de verschillende nationaliteiten hun specifieke gaven naar het Altaar.


De harten veroverd

Na de H. Mis schetst een bisschop uit India de situatie in zijn land, vissers en moeders die onderdrukt worden en die zo arm zijn dat ze de zopas vertaalde Bijbel niet kunnen kopen, maar het plaatje van de Vrouwe heeft razendsnel het immense land veroverd. Er volgt een intermezzo met liturgische Indiase muziek, en zodra de tonen zijn weggestorven vertelt pater Sigl het verhaal van pater Rosenhammer, een oude Oostenrijkse franciscaan die vijftien jaar in Bolivia werkte en honderdrie jaar oud werd. Kriskras reisde hij door het hart van Zuid Amerika, waar hij indianen ontmoette die nog nooit een blanke hadden gezien. Overal nam hij de rozenkrans en het plaatje van de Vrouwe mee. Moeder Teresa van India was ooit een van zijn naaste medewerksters. Pater Rosenhammer offerde zijn lichaam en ziel, hij werd blind en doof; en de zwart-wit afbeelding van de Vrouwe van alle Volkeren uit zijn nalatenschap eindigt als geschenk in de handen van monseigneur Punt.


Het leger geraakt

De Mexicaanse Alicia León heeft haar stem toegewijd aan Maria. Ze laat een hymne in mariachi-stijl horen die de Maagd van Guadelupe tot onderwerp heeft. Een Noord-Amerikaanse vrouw brengt verslag uit over de devotie tot de Vrouwe van alle Volkeren in haar land. Aanvankelijk was haar beeltenis alleen in privé-woningen te zien, maar geleidelijk aan drong Zij kerken, scholen, hospitalen binnen. Ook sommige legereenheden van de Amerikanen in Irak toonden belangstelling voor de Vrouwe die de vrede belooft in de tijd van die recente oorlog. Vier miljoen plaatjes vonden hun weg in de afgelopen drie maanden. Zeer bijzonder was de komst van de afbeelding in de flat van een jongeman in Miami die zijn oude zieke moeder verzorgde. Op een dag stond er een van de wachters die de afbeelding verspreidden voor hun deur en voordat ze het wisten raakten ze verknocht aan de Vrouwe aan wie de zieke moeder haar genezing dankte. Na deze bemoedigende berichten brachten Roma zigeuners uit Slowakije, opgeluisterd door een violiste van de Familie van Maria de Medeverlosseres, met een vurig muziekstuk de Parkhal in vervoering die tot de nok toe gevuld is met zo’n tienduizend pelgrims. Daarna mogen allen zich persoonlijk laten zegenen door de vele bisschoppen. De vlaggen van de volkeren gaan omhoog en op de filmschermen wordt een feestdag van Irakese christenen getoond, waarbij ook kardinaal Daoud is te zien.


De afsluiting

De avond wordt afgesloten met de Aanbidding van het Allerheiligst Sacrament onder het volmondig zingen van Christus vincit, Christus regnat, Christus imperat. Bisschop Jozef Marianus Punt neemt afscheid van de pelgrims. Nog niet helemaal afgelopen is dit grootste Pinksterfeest. In de ochtend van 9 juni volgt de afsluiting van de Vijfde Internationale Gebedsdag met een door de kardinaal gecelebreerde H. Mis, die de vele buitenlandse bedevaartgangers en de Nederlandse vrijwilligers naar huis zendt met de rijke Pelgrimszegen.

 


INTERVIEW MET IGNACE MOUSSA KARDINAAL DAOUD
PREFECT VAN DE CONGREGATIE VOOR DE OOSTERSE KERKEN

DOOR ROBERT LEMM

IGNACE MOUSSA KARDINAAL DAOUD RL: Wat vindt u van het 5e dogma? Is het mogelijk of waarschijnlijk dat de Paus  het binnen afzienbare tijd zal afkondigen?

Daoud: De inhoud van dat dogma is reeds door de Kerk erkend. De oecumene  is oorzaak van de vertraging. Vooral de houding van de orthodoxen, de niet  met Rome geünieërde Oosterse kerken, speelt daarbij een grote rol. Die  kerken hebben ook de voorafgaande dogma’s niet geaccepteerd. En daarom  wil Rome daar nu niet een nieuw dogma aan toevoegen, want dat zouden die  kerken opvatten als een betutteling. De protestanten zijn in deze zaak minder  doorslaggevend, want zij hebben een andere opvatting van Maria die verschilt  van zowel de orthodoxen als de katholieken.

RL: Vormen niet ook de ‘modernistische katholieken’ een obstakel?

Daoud:
Met die groep ben ik niet zo bekend. De oosterse orthodoxen zijn cruciaal, maar zij zijn niet zo geïnteresseerd in leerstukken. Wel is voor hun Maria de enige Middelares. En die titel houdt die van Medeverlosseres in.

RL: Als het dogma zo moeilijk ligt, zou dan niet het gebed van de Vrouwe van alle Volkeren een ingang kunnen zijn? Zou de Paus het gebed in het openbaar kunnen uitspreken? Kent hij het?

Daoud:
Ik geloof dat hij het kent, hoewel ik hem er nooit naar gevraagd heb. Maar voordat hij het zou uitspreken, moet hij het eerst grondig hebben bestudeerd en overleg hebben gepleegd met de Congregatie van de Geloofsleer. Want hij doet het niet zomaar. Hij wacht waarschijnlijk op een gunstige gelegenheid.

RL: Ziet u verband tussen de verschijning van Maria in Amsterdam en haar verschijningen in de afgelopen twee eeuwen, in wat we het apocalyptisch tijdperk noemen?

Daoud:
Ik heb mij niet zo in deze kwestie verdiept. Ik ben niet goed op de hoogte van wat Maria tijdens die andere verschijningen allemaal gezegd heeft.

RL: Het is nu de derde keer dat u naar Amsterdam komt ter ere van de Vrouwe van alle Volkeren. Hoe hebt u haar leren kennen?

Daoud: Dat is door een samenloop van omstandigheden gekomen. Ik was patriarch van de Syrische katholieken, en ik was naar India uitgenodigd voor de viering van het jaar 2000. In hetzelfde vliegtuig bevond zich pater Paul Maria Sigl F.M.M. Ik kende hem toen nog niet. Het toeval wilde dat bij aankomst op het vliegveld, bij het tonen van zijn paspoort, bleek dat zijn visum was verlopen. Ik heb mij toen tot een luchthavenambtenaar gewend en uitgelegd dat hij niet wist dat zijn visum verlopen was. Het lukte niet, en toen heb ik hulp gevraagd aan de Indiase bisschop die mij stond op te wachten. Die zei: als hij geen geldig visum heeft, kan hij het land niet in. Ik gaf mij in alle kalmte over aan Gods wil. Pater Paul zag in mijn houding een vriendschap, en zei mij: ik nodig u graag uit naar Amsterdam. Ik vroeg hem: Wat is er in Amsterdam? Nu kan ik daarover geen beslissing nemen vanwege mijn activiteiten als Syrisch patriarch, maar schrijft u mij. Hij heeft mij toen geschreven, en daarop ben ik naar Nederland gekomen. Ik was in die tijd nog patriarch. En zo heb ik de Vrouwe van alle Volkeren leren kennen. De eerste keer heb ik nog niet de H. Mis als hoofdcelebrant gevierd. Dat is nu pas gebeurd. En zo is het de vriendschap met pater Paul geweest waardoor ik de Amsterdamse verschijningen heb ontdekt. Sindsdien onderhoud ik contact met de Familie van Maria de Medeverlosseres.

RL:
Als het dogma wordt afgekondigd, zal Amsterdam doorbreken.

Daoud: Ja, dat geloof ik ook, maar we moeten misschien lang wachten.

 



DE NADAGEN VAN IDA PEERDEMAN

Pater Amandus Korse O.F.M., minderbroeder, was de laatste biechtvader van Ida Peerdeman († 17-06-'96). Tot in 2001 droeg hij regelmatig de H.Mis op in de kapel aan de Diepenbrockstraat. Van zijn hand is het aangrijpende boek Vaarwel Christendom uit 1990.

Ida Peerdeman kwam altijd bij me over als een vrouw die een goed verstand had en die een grote nuchterheid aan de dag legde. Ze was sterk intuïtief en bezat een safe van en geheugen. Jarenlang sprak ik haar; dat was een uur vóór de Zondagse Eucharistieviering. In al haar ernst en nuchterheid kon ze toch heerlijk lachen om een geestigheid; ook al ging het dan over een bisschop of een vicaris-generaal die daarin gediskwalificeerd werden; maar, dan legde ze haar hand op haar lachende mond, alsof ze mij wilde zeggen: eigenlijk mag ik daar niet om lachen!

Ze was openhartig maar had duidelijk geheimen meegekregen die zij niet bekend mocht maken. Dat blijkt ook uit het z.g. blauwe boekje, waarin soms staat dat de Vrouwe bij bepaalde mededelingen de vinger op haar mond legde. Dan kreeg ik wel eens op mijn vragen: stilte als antwoord! In deze visioenen gaf de Vrouwe soms tekenen die Ida helemaal niet begreep maar die later apert duidelijk werden voor haar, bijvoorbeeld door de tv. Dan riep ze uit: ‘Dat heb ik gezien! Truus haal het blauwe boekje eens!’ Truus was haar zuster. Als voorbeeld geef ik: de maanlanding, de val van het communisme, de ramp met de atoomcentrale in Rusland. Als ze bezoek had van een bisschop of een leek uit de voorname wereld, of een bekende geestelijke, wist ze die na het gesprek precies te tekenen wat het geloof en gesteltenis betreft. Ik heb dat altijd merkwaardig gevonden. Ook heb ik me altijd verbaasd hoe het mogelijk is dat een mens zóveel lijden kan dragen. Want lijden was haar leven geworden.

Het lijden van haar was grotendeels psychisch; en wel, dat wist ze, vanwege de boodschappen die ze kreeg van de Moeder Gods. Ze kreeg ook een wereldopdracht; bij elke verschijning hoorde ze dit. Maar ze leed psychisch vanwege de beledigingen en vernederingen, veelal van geestelijke zijde!
Ze liet heel haar leven wegbranden voor- en om- en door deze Boodschappen.

Vaak, vertelde ze mij, hoorde ze in de nacht vreemde dingen zoals een hels lawaai, of een schrikwekkende stem, hetgeen zo’n angst bij haar deed inslaan dat ze niet meer in slaap kon komen. Menigmaal verlangde ze naar het einde, naar de hemel.

Ze had alles geregeld, vertelde ze mij. Na haar dood hoorde ik dat ze alles, tot haar sieraden toe, aan de Vrouwe had nagelaten.

Van collecteren onder de Eucharistie-vieringen op Zondag, wilde ze niets weten. Ze betaalde alles zelf. Ze was aldoor bang, dat dit afbreuk zou doen aan de geloofwaardigheid van de Boodschappen. Ook het onderhoud aan de kapel betaalde ze allemaal zelf. Op den duur kon dat niet meer, en toen pas stemde ze erin toe dat er voortaan collecte gehouden zou worden onder de Zondagse vieringen.

Al de jaren dat ik haar gekend en gesproken heb, bleef ze voor mij een lijdende om- en door- en voor de Boodschappen. Nogmaals, heel haar leven liet ze wegbranden om de Boodschappen van de Moeder Gods. Het heimwee naar de hemel verteerde haar.

Toen zij naar het ziekenhuis moest worden gebracht, dacht ze dat dit het einde zou zijn. Daarom vroeg ze mij om het Sacrament van de zieken. Na afloop zei ze mij: ‘Als je het nodig vindt om de bisschop op de hoogte te stellen, dan vind ik dat goed; en mocht hij naar me toekomen dan zal ik hem zeggen: Monseigneur, al richten ze een pistool op mijn slapen, dan nog blijf ik zeggen: alles is waar, schiet maar!’

pater Amandus Korse o.f.m

 


CITAAT

H.Catharina van Siëna, geb. 25 maart 1347

‘O Maria, Maria, Tempel van de Drie-Eenheid; Maria, draagster van het vuur, uitdeelster van Barmhartigheid. Maria, die de goddelijke Vrucht laat kiemen!
Maria, in zekere zin verlosseres van het mensengeslacht! ‘Heeft niet het lijden van uw vlees, in het Woord, de wereld verlost?’
Christus werd Verlosser door zijn passie; u werd het door de smart van uw lichaam en uw ziel.’

 


DE KERK LEEFT VAN DE EUCHARISTIE

Met deze woorden opent de nieuwe encycliek met de titel De Kerk over de Eucharistie, op Witte Donderdag van dit jaar door de Paus uitgegeven. Omdat de Kerk voortkomt uit het Paasmysterie staat de Eucharistie als sacrament van het Paasgeheim bij uitstek, in het middelpunt van het christelijk leven. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft geleerd dat het eucharistisch Offer ‘de oorsprong en het hoogtepunt van heel het christelijk leven is’. In het volgende nummer gaan wij nader in op de betekenis van deze encycliek.

 


STEUN

Wilt u aan de oproep van de Vrouwe gehoor geven en dit werk ook financieel steunen? (Ten behoeve van publicaties, opvang pelgrims, gebedsdagen, bouwkosten etc.)

Postbanknummer: 2108003
of Bankrekeningnummer: ABN AMRO 549631992
van Stichting Vrouwe van alle Volkeren
te HEEMSKERK