| bulletin nr 10 –
juni 2003
DE HEILIGE GEEST HANGT IN DE LUCHT
de vijfde internationale gebedsdagen
De vooravond
De vooravond van Pinksteren ving aan met o.a. het bekeringsverhaal
van Mónica uit Chili. Ze vertelde hoe ze al vóór
haar huwelijk met een agnostische man de Kerk en het Geloof de
rug had toegekeerd. Hun eerste kind, een meisje, bleek na drie
maanden onherstelbaar geestesziek; het zou nooit meer normaal
worden, hadden de dokters gezegd. Er volgde een periode van tranen,
treurnis en eenzaamheid, maar ook van zoeken. Op een keer bevonden
Mónica en Luis zich in een biddende groep, en ineens voelden
zij een hand op hun schouder. Het was een kleine vrouw die zei:
‘Ik zag jullie, en ik ben blij dat jullie zijn teruggekeerd.’
Haar woorden klonken zo liefdevol, aldus Mónica, dat het
niet anders kon dan dat het Maria zelf was die door deze vrouw
tot haar sprak. Maanden lang bevonden Mónica en Luis zich
in een staat van tedere dankbaarheid, en het was in die tijd dat
zij via pater Martín de Vrouwe van alle Volkeren vonden.
Ze trokken naar Amsterdam om in de kapel aan de Diepenbrockstraat
het schilderij te bewonderen. ‘Maria keek ons aan, en liet
ons merken dat Zij blij was dat wij eindelijk gekomen waren.’
In de kapel hoorden zij van zuster Maria Columba dat het Maria’s
bedoeling was dat zij de beeltenis van de Vrouwe naar Chili zouden
brengen, en dat gebeurde in 1997. ‘Het heeft zestien jaar
geduurd eer wij ons bekeerden’, besloot Mónica: ‘Het
leven is een kruis, en dat is de grootste schat.’ Het lijden
om hun geesteszieke dochter konden ze nu aanvaarden als een heilige
opdracht.
Monseigneur Punt arriveert
Terwijl in aanloop naar de H. Mis het rozenhoedje wordt gebeden
- elk tientje in een andere taal - , verschijnt bisschop Jozef
Marianus Punt ten tonele om de pelgrims te verwelkomen en te zeggen
dat de Heilige Geest in de lucht hangt. Een luid applaus begroet
zijn woorden. De Parkhal van het RAI-Congrescentrum, waar inmiddels
duizenden zijn samengestroomd, is versierd met een gigantisch
drieluik van een vijftiende-eeuwse Aanbidding van het Kind Jezus
en zijn Moeder door de eerbiedige koningen en hun entourage. Een
Peruaanse groep brengt het beroemde ‘El condor pasa’
ten gehore, terwijl op de grote filmschermen links en rechts van
het drieluik en het Altaar dia’s worden vertoond van het
Andes-gebergte en het Titicacameer, afgewisseld door close-ups
van Onze Lieve Vrouwe, de Drie-Eenheid en andere geloofstaferelen.
Bisschop Scarrone uit Uruguay houdt een lang relaas waarin hij
de betekenis van de Maagd Maria voor Latijns-Amerika uit de doeken
doet. Sinds de ontdekking van 1492 begon het continent te leven
waar thans meer dan de helft van alle katholieken woont. Op de
filmschermen verschijnt de beeltenis van de Maagd van Guadelupe,
begin van de grootschaligste bekering uit de geschiedenis van
het christendom. Bisschop Scarrone noemt enige van de tientallen
steden die mariale namen dragen: Rosario, Asunción, Concepción,
Santa Maria del Buen Aire (Buenos Aires). ‘Als wij christenen
willen zijn, moeten wij mariaal zijn’, concludeert hij.
Mgr Hnilica, Fatima-expert
Een Duitse ingenieur die sinds 1997 de internationale gebedsdagen
heeft bijgewoond, uit zijn erkentelijkheid voor de rust in zijn
leven en herinnert eraan dat de Vrouwe van alle Volkeren met een
voet op Duitsland staat. Hij bidt iedere dag Haar gebed tussen
de tientjes van de rozenkrans en hij laat een dikke map zien met
het gebed in dertig talen dat hij constant, overal waar hij komt,
verspreidt. Na de pauze volgt de H. Mis met bisschop Pavel Hnilica
als hoofdcelebrant. Pater Paul Maria Sigl F.M.M. uit Oostenrijk,
die gedurende de gebedsdagen als geestdriftig ceremoniemeester
optreedt, presenteert de bisschop als Fatima-expert, en daarvan
wordt een en ander duidelijk tijdens de preek. De oproep tot het
dagelijks bidden van de rozenkrans door Maria vormt voor monseigneur
Hnilica de samenhang tussen Fatima en Amsterdam, waarbij hij de
eerste boodschap van Maria aan Ida Peerdeman memoreert: aan het
gestaag bidden van de rozenkrans is het te danken dat de Tweede
Wereldoorlog sneller afliep dan verwacht. Maria’s medeverlossend
werk uitte zich ook in Fatima in verband met het einde van de
Eerste Wereldoorlog. Na een verslag van zijn eigen kampleven tijdens
de communistische terreur in zijn vaderland Slowakije, verwijst
hij naar het boek Apelos da Mensagem de Fatima uit 1997 (Eng.
vert. ‘Calls from the Message of Fatima’), waarin
zuster Lucia, enige overlevende van de drie herderskinderen van
1917, Onze Lieve Vrouw herhaaldelijk betitelt als Medeverlosseres.
Wij - besluit monseigneur Hnilica - moeten ons lijden met het
Hare verenigen en met Haar onder het Kruis willen staan om aldus
tot een medeverlossende kudde te worden. Ook herhaalt de bisschop
dat Paus Johannes Paulus II Maria al zes maal Medeverlosseres
heeft genoemd. De vooravond van Pinksteren mondt uit in een samenstromen
van de jeugd op het Altaar in de Parkhal rond het wit-gekroonde
en met bloemen omkranste schilderij van de Vrouwe van alle Volkeren.
Pinksteren
| Om acht uur ’s
ochtends straalt de zondag van Pinksteren in de uitgestelde
monstrans op het Altaar tijdens de Aanbidding. Binnen een
uur is de Parkhal bijna geheel vol, met wellicht zo’n
zesduizend tot achtduizend mensen, waarvan een groot deel
duitstalig. Na de Aanbidding en tijdens getuigenissen van
gastsprekers is er achter in de hal gelegenheid tot biechten
in alle talen. Rijen lang staan de pelgrims voor de gordijnen
van de hokjes rond de kapel met de afbeelding van de Barmhartige
Jezus van Zuster Faustina. Vanaf het Hoofdaltaar onder de
gigantische triptiek volgen de getuigenissen elkaar op, met
o.a. een verslag van de voorzitter van de Stichting van de
Vrouwe van alle Volkeren, drs. A.W. Leeman. Cruciaal voor
deze Vijfde Internationale Gebedsdag is het feit van de erkenning
van Amsterdam sinds 31 mei 2002 door de bisschop van Haarlem.
De ‘terughoudendheid’ van vorige gebedsdagen heeft
daarom plaatsgemaakt voor een meer ontspannen, vrije sfeer. |
 |
|
De toestand in de wereld
Pater Sigl vertelt hoe dankzij de Vrouwe van alle Volkeren de
voortgang van een funeste burgeroorlog in Ivoorkust tot staan
kwam. In de kathedraal van Abidjan prijkt nu een levensgrote afbeelding
van de Vrouwe. Een uit Ivoorkust afkomstige zanger tevens priesterstudent
in Rome, brnegt ter Harer Ere een ontroerend danklied ten gehore.
Daarna maakt pater Sigl in een ongeveer twintig minuten durende
voordracht de balans op van wat er in de afgelopen drie jaren,
sinds de Vierde Internationale Gebedsdag, is gebeurd. Tegen de
achtergrond van de aanslag van 11 september 2001 op het WTC, de
oorlogen in Afghanistan en Irak, gevolgen van de voortschrijdende
verwording, vormde de erkenning van 31 mei 2002 een heugelijk
lichtpunt. Uit Rome is er een felicitatie van Alfons Maria kardinaal
Stickler, een van de eersten die de Vrouwe durfde te erkennen
als machtige hulp in de geestelijke en morele crisis die de wereld
doormaakt. Pater Sigl hamert erop hoe Maria die crisis voorzag
in haar boodschappen aan Ida Peerdeman. In dat verband betoogt
hij dat alle apocalyptische verschijningen van de negentiende
en twintigste eeuw op die van Amsterdam vooruitlopen. Ook wijst
hij erop dat de postconciliaire Kerk zich in de mist bevindt,
iets wat de Vrouwe al in de jaren veertig van vorige eeuw zag
aankomen. Een jonge priester uit de Duitse stad Mainz bevestigt
dat in zijn land de Kerk net zo verdeeld is als in Nederland.
Hij typeert de Duitse ‘Acht Mei’ als een drijfzandkerk
die met medeplichtigheid van de media de Rome-getrouwen het leven
moeilijk maakt. En had Maria ook dat niet in haar Amsterdamse
boodschappen voorspeld? Pater Sigl richt vervolgens de schijnwerper
op de verworden wereld met haar satanische rockconcerten, helse
horor-films, pornografische opdringerigheid, Harry Potter, drugs,
zwarte magie, zelfmoordterroristen, biologische oorlogen, dertigduizend
van honger stervende kinderen per jaar. We stevenen af - betoogt
pater Sigl - op een wereldcatastrofe die alleen de Vrouwe van
alle Volkeren kan verhinderen; en niet de honderdduizenden pacifistische
demonstranten, want die bidden niet! Nodig is bekering, liefs
massale bekering! Om de droefheid over de onloochenbare verwording
niet te laten overheersen, komt de Oostenrijkse pater met mooie
cijfers over de verschillende nationale gebedsdagen van de afgelopen
jaren om te eindigen met het visioen van Don Bosco dat het schip
van Petrus voor de woedende golven moet bewaren door reddende
kettingen aan de zuilen van de Eucharistie en Maria. Zo blijft
de Kerk gevrijwaard, en Amsterdam speelt in die reddingsactie
een hoofdrol door het eucharistisch wonder van 1345 en de verschijningen
van de Vrouwe precies zeshonderd jaar later in 1945. Amsterdam
roept hij uit tot Eucharistische Stad, Pinksterstad, Stad van
een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest.
Persoonlijke bekering
Twee jonge Nederlanders, Mathijs en Robin, brengen verslag uit
van hun bekering. Robin ontving de avond daarvoor het H.Vormsel;
Mathijs, die 11 oktober was gedoopt en gevormd in de kapel, groeide
zonder geloof op, belandde in het milieu van drugs en hoogmoedige
meditatie. Haat, nijd en jaloezie dreef zijn groep uit elkaar.
‘Ik zweefde’, aldus Mathijs, ‘ik was overspannen,
ik was mezelf kwijt.’ Na een cursus van zes jaar vond hij
een bestemming als programmeur, maar nog altijd kon hij het verschil
niet zien tussen de Heilige Schrift en andere religieuze boeken
als de Bhagavad Gita en de Koran. Op een dag ontmoette hij Robin,
die net bekeerd was en via hem leerde hij de Vrouwe kennen.
In het teken van de rozenkrans
Om half twaalf begint de Hoogmis met de intocht van een kleine
zeventig vlaggen gedragen door vertegenwoordigers van even zovele
nationaliteiten. Een zee van priesters en bisschoppen vult het
enorme podium met het Altaar. Vlak te voren was boven de Parkhal
een onweer losgebarsten dat de benauwde vochtige hitte van de
dag brak. Monseigneur Punt meldt in zijn welkom dat de Amsterdamse
Hebreeuwse naam Mokum luidt, wat hij vertaalt met ‘heilige
plaats’ en om die constatering kracht bij te zetten refereert
hij aan de donderslagen van zoëven, teken van de Heilige
Geest. Ignace Moussa kardinaal Daoud, prefect van de Congregatie
van de Oosterse Kerken, ooit archimandriet van Antiochië
en het Midden Oosten, celebreert de Heilige Mis in het Frans en
het Latijn. Monseigneur Punt begroet alle bisschoppen en de kardinaal
persoonlijk en brengt eveneens de groeten over van alle bisschoppen
uit alle continenten die vanwege hun werkzaamheden voor Pinksteren
niet aanwezig konden zijn. ‘God heeft een plan met de wereld
en onze Kerk, vrede wil Hij en daartoe heeft Hij Maria gestuurd,
om de Kerk te reinigen.’ Na de lezingen in het Spaans en
het Duits en het Evangelie in het Nederlands, begint kardinaal
Daoud zijn preek met de mededeling dat dit al de derde keer is
dat hij in Amsterdam de Vrouwe op haar Internationale Gebedsdag
is komen eren. Zijn preek is een meditatie over de rozenkrans,
de oproep van de Paus om die dagelijks te bidden ten behoeve van
de wereldvrede. De rozenkrans typeert hij als ‘christocentrisch’
en compendium van de geloofsgeheimen. Maria is onze Middelares,
en dus ook onze Medeverlosseres. Zij zal de grenzen tussen de
volkeren, de haat die ons van elkaar scheidt, slechten en een
nieuwe uitstorting van de Heilige Geest bewerkstellingen. Tijdens
de offerande dragen vertegenwoordigers van de verschillende nationaliteiten
hun specifieke gaven naar het Altaar.
De harten veroverd
Na de H. Mis schetst een bisschop uit India de situatie in zijn
land, vissers en moeders die onderdrukt worden en die zo arm zijn
dat ze de zopas vertaalde Bijbel niet kunnen kopen, maar het plaatje
van de Vrouwe heeft razendsnel het immense land veroverd. Er volgt
een intermezzo met liturgische Indiase muziek, en zodra de tonen
zijn weggestorven vertelt pater Sigl het verhaal van pater Rosenhammer,
een oude Oostenrijkse franciscaan die vijftien jaar in Bolivia
werkte en honderdrie jaar oud werd. Kriskras reisde hij door het
hart van Zuid Amerika, waar hij indianen ontmoette die nog nooit
een blanke hadden gezien. Overal nam hij de rozenkrans en het
plaatje van de Vrouwe mee. Moeder Teresa van India was ooit een
van zijn naaste medewerksters. Pater Rosenhammer offerde zijn
lichaam en ziel, hij werd blind en doof; en de zwart-wit afbeelding
van de Vrouwe van alle Volkeren uit zijn nalatenschap eindigt
als geschenk in de handen van monseigneur Punt.
Het leger geraakt
De Mexicaanse Alicia León heeft haar stem toegewijd aan
Maria. Ze laat een hymne in mariachi-stijl horen die de Maagd
van Guadelupe tot onderwerp heeft. Een Noord-Amerikaanse vrouw
brengt verslag uit over de devotie tot de Vrouwe van alle Volkeren
in haar land. Aanvankelijk was haar beeltenis alleen in privé-woningen
te zien, maar geleidelijk aan drong Zij kerken, scholen, hospitalen
binnen. Ook sommige legereenheden van de Amerikanen in Irak toonden
belangstelling voor de Vrouwe die de vrede belooft in de tijd
van die recente oorlog. Vier miljoen plaatjes vonden hun weg in
de afgelopen drie maanden. Zeer bijzonder was de komst van de
afbeelding in de flat van een jongeman in Miami die zijn oude
zieke moeder verzorgde. Op een dag stond er een van de wachters
die de afbeelding verspreidden voor hun deur en voordat ze het
wisten raakten ze verknocht aan de Vrouwe aan wie de zieke moeder
haar genezing dankte. Na deze bemoedigende berichten brachten
Roma zigeuners uit Slowakije, opgeluisterd door een violiste van
de Familie van Maria de Medeverlosseres, met een vurig muziekstuk
de Parkhal in vervoering die tot de nok toe gevuld is met zo’n
tienduizend pelgrims. Daarna mogen allen zich persoonlijk laten
zegenen door de vele bisschoppen. De vlaggen van de volkeren gaan
omhoog en op de filmschermen wordt een feestdag van Irakese christenen
getoond, waarbij ook kardinaal Daoud is te zien.
De afsluiting
De avond wordt afgesloten met de Aanbidding van het Allerheiligst
Sacrament onder het volmondig zingen van Christus vincit, Christus
regnat, Christus imperat. Bisschop Jozef Marianus Punt neemt afscheid
van de pelgrims. Nog niet helemaal afgelopen is dit grootste Pinksterfeest.
In de ochtend van 9 juni volgt de afsluiting van de Vijfde Internationale
Gebedsdag met een door de kardinaal gecelebreerde H. Mis, die
de vele buitenlandse bedevaartgangers en de Nederlandse vrijwilligers
naar huis zendt met de rijke Pelgrimszegen.
INTERVIEW MET IGNACE MOUSSA KARDINAAL DAOUD
PREFECT VAN DE CONGREGATIE VOOR DE OOSTERSE KERKEN
DOOR ROBERT LEMM
 |
RL:
Wat vindt u van het 5e dogma? Is het mogelijk of waarschijnlijk
dat de Paus het binnen afzienbare tijd zal afkondigen?
Daoud: De inhoud van
dat dogma is reeds door de Kerk erkend. De oecumene
is oorzaak van de vertraging. Vooral de houding van de orthodoxen,
de niet met Rome geünieërde Oosterse kerken,
speelt daarbij een grote rol. Die kerken hebben ook
de voorafgaande dogma’s niet geaccepteerd. En daarom
wil Rome daar nu niet een nieuw dogma aan toevoegen, want
dat zouden die kerken opvatten als een betutteling.
De protestanten zijn in deze zaak minder doorslaggevend,
want zij hebben een andere opvatting van Maria die verschilt
van zowel de orthodoxen als de katholieken. |
RL: Vormen niet ook de ‘modernistische
katholieken’ een obstakel?
Daoud: Met die groep ben ik niet
zo bekend. De oosterse orthodoxen zijn cruciaal, maar zij zijn
niet zo geïnteresseerd in leerstukken. Wel is voor hun Maria
de enige Middelares. En die titel houdt die van Medeverlosseres
in.
RL: Als het dogma zo moeilijk ligt, zou dan niet
het gebed van de Vrouwe van alle Volkeren een ingang kunnen zijn?
Zou de Paus het gebed in het openbaar kunnen uitspreken? Kent
hij het?
Daoud: Ik geloof dat hij het kent,
hoewel ik hem er nooit naar gevraagd heb. Maar voordat hij het
zou uitspreken, moet hij het eerst grondig hebben bestudeerd en
overleg hebben gepleegd met de Congregatie van de Geloofsleer.
Want hij doet het niet zomaar. Hij wacht waarschijnlijk op een
gunstige gelegenheid.
RL: Ziet u verband tussen de verschijning van
Maria in Amsterdam en haar verschijningen in de afgelopen twee
eeuwen, in wat we het apocalyptisch tijdperk noemen?
Daoud: Ik heb mij niet zo in deze
kwestie verdiept. Ik ben niet goed op de hoogte van wat Maria
tijdens die andere verschijningen allemaal gezegd heeft.
RL: Het is nu de derde keer dat u naar Amsterdam
komt ter ere van de Vrouwe van alle Volkeren. Hoe hebt u haar
leren kennen?
Daoud: Dat is door een
samenloop van omstandigheden gekomen. Ik was patriarch van de
Syrische katholieken, en ik was naar India uitgenodigd voor de
viering van het jaar 2000. In hetzelfde vliegtuig bevond zich
pater Paul Maria Sigl F.M.M. Ik kende hem toen nog niet. Het toeval
wilde dat bij aankomst op het vliegveld, bij het tonen van zijn
paspoort, bleek dat zijn visum was verlopen. Ik heb mij toen tot
een luchthavenambtenaar gewend en uitgelegd dat hij niet wist
dat zijn visum verlopen was. Het lukte niet, en toen heb ik hulp
gevraagd aan de Indiase bisschop die mij stond op te wachten.
Die zei: als hij geen geldig visum heeft, kan hij het land niet
in. Ik gaf mij in alle kalmte over aan Gods wil. Pater Paul zag
in mijn houding een vriendschap, en zei mij: ik nodig u graag
uit naar Amsterdam. Ik vroeg hem: Wat is er in Amsterdam? Nu kan
ik daarover geen beslissing nemen vanwege mijn activiteiten als
Syrisch patriarch, maar schrijft u mij. Hij heeft mij toen geschreven,
en daarop ben ik naar Nederland gekomen. Ik was in die tijd nog
patriarch. En zo heb ik de Vrouwe van alle Volkeren leren kennen.
De eerste keer heb ik nog niet de H. Mis als hoofdcelebrant gevierd.
Dat is nu pas gebeurd. En zo is het de vriendschap met pater Paul
geweest waardoor ik de Amsterdamse verschijningen heb ontdekt.
Sindsdien onderhoud ik contact met de Familie van Maria de Medeverlosseres.
RL: Als het dogma wordt afgekondigd, zal Amsterdam doorbreken.
Daoud: Ja, dat geloof ik
ook, maar we moeten misschien lang wachten.
DE NADAGEN VAN IDA PEERDEMAN
Pater Amandus Korse O.F.M., minderbroeder, was de laatste
biechtvader van Ida Peerdeman († 17-06-'96). Tot in 2001
droeg hij regelmatig de H.Mis op in de kapel aan de Diepenbrockstraat.
Van zijn hand is het aangrijpende boek Vaarwel Christendom uit
1990.
Ida Peerdeman kwam altijd bij me over als een vrouw die een goed
verstand had en die een grote nuchterheid aan de dag legde. Ze
was sterk intuïtief en bezat een safe van en geheugen. Jarenlang
sprak ik haar; dat was een uur vóór de Zondagse
Eucharistieviering. In al haar ernst en nuchterheid kon ze toch
heerlijk lachen om een geestigheid; ook al ging het dan over een
bisschop of een vicaris-generaal die daarin gediskwalificeerd
werden; maar, dan legde ze haar hand op haar lachende mond, alsof
ze mij wilde zeggen: eigenlijk mag ik daar niet om lachen!
Ze was openhartig maar had duidelijk geheimen meegekregen die
zij niet bekend mocht maken. Dat blijkt ook uit het z.g. blauwe
boekje, waarin soms staat dat de Vrouwe bij bepaalde mededelingen
de vinger op haar mond legde. Dan kreeg ik wel eens op mijn vragen:
stilte als antwoord! In deze visioenen gaf de Vrouwe soms tekenen
die Ida helemaal niet begreep maar die later apert duidelijk werden
voor haar, bijvoorbeeld door de tv. Dan riep ze uit: ‘Dat
heb ik gezien! Truus haal het blauwe boekje eens!’ Truus
was haar zuster. Als voorbeeld geef ik: de maanlanding, de val
van het communisme, de ramp met de atoomcentrale in Rusland. Als
ze bezoek had van een bisschop of een leek uit de voorname wereld,
of een bekende geestelijke, wist ze die na het gesprek precies
te tekenen wat het geloof en gesteltenis betreft. Ik heb dat altijd
merkwaardig gevonden. Ook heb ik me altijd verbaasd hoe het mogelijk
is dat een mens zóveel lijden kan dragen. Want lijden was
haar leven geworden.
Het lijden van haar was grotendeels psychisch; en wel, dat wist
ze, vanwege de boodschappen die ze kreeg van de Moeder Gods. Ze
kreeg ook een wereldopdracht; bij elke verschijning hoorde ze
dit. Maar ze leed psychisch vanwege de beledigingen en vernederingen,
veelal van geestelijke zijde!
Ze liet heel haar leven wegbranden voor- en om- en door deze Boodschappen.
Vaak, vertelde ze mij, hoorde ze in de nacht vreemde dingen zoals
een hels lawaai, of een schrikwekkende stem, hetgeen zo’n
angst bij haar deed inslaan dat ze niet meer in slaap kon komen.
Menigmaal verlangde ze naar het einde, naar de hemel.
Ze had alles geregeld, vertelde ze mij. Na haar dood hoorde ik
dat ze alles, tot haar sieraden toe, aan de Vrouwe had nagelaten.
Van collecteren onder de Eucharistie-vieringen op Zondag, wilde
ze niets weten. Ze betaalde alles zelf. Ze was aldoor bang, dat
dit afbreuk zou doen aan de geloofwaardigheid van de Boodschappen.
Ook het onderhoud aan de kapel betaalde ze allemaal zelf. Op den
duur kon dat niet meer, en toen pas stemde ze erin toe dat er
voortaan collecte gehouden zou worden onder de Zondagse vieringen.
Al de jaren dat ik haar gekend en gesproken heb, bleef ze voor
mij een lijdende om- en door- en voor de Boodschappen. Nogmaals,
heel haar leven liet ze wegbranden om de Boodschappen van de Moeder
Gods. Het heimwee naar de hemel verteerde haar.
Toen zij naar het ziekenhuis moest worden gebracht, dacht ze
dat dit het einde zou zijn. Daarom vroeg ze mij om het Sacrament
van de zieken. Na afloop zei ze mij: ‘Als je het nodig vindt
om de bisschop op de hoogte te stellen, dan vind ik dat goed;
en mocht hij naar me toekomen dan zal ik hem zeggen: Monseigneur,
al richten ze een pistool op mijn slapen, dan nog blijf ik zeggen:
alles is waar, schiet maar!’
pater Amandus Korse o.f.m
CITAAT
H.Catharina van Siëna, geb. 25 maart
1347
‘O Maria, Maria, Tempel van de Drie-Eenheid; Maria, draagster
van het vuur, uitdeelster van Barmhartigheid. Maria, die de goddelijke
Vrucht laat kiemen!
Maria, in zekere zin verlosseres van het mensengeslacht! ‘Heeft
niet het lijden van uw vlees, in het Woord, de wereld verlost?’
Christus werd Verlosser door zijn passie; u werd het door de smart
van uw lichaam en uw ziel.’
DE KERK LEEFT VAN DE EUCHARISTIE
Met deze woorden opent de nieuwe encycliek met de titel De Kerk
over de Eucharistie, op Witte Donderdag van dit jaar door de Paus
uitgegeven. Omdat de Kerk voortkomt uit het Paasmysterie staat
de Eucharistie als sacrament van het Paasgeheim bij uitstek, in
het middelpunt van het christelijk leven. Het Tweede Vaticaans
Concilie heeft geleerd dat het eucharistisch Offer ‘de oorsprong
en het hoogtepunt van heel het christelijk leven is’. In
het volgende nummer gaan wij nader in op de betekenis van deze
encycliek.
STEUN
Wilt u aan de oproep van de Vrouwe gehoor geven en dit werk ook
financieel steunen? (Ten behoeve van publicaties, opvang pelgrims,
gebedsdagen, bouwkosten etc.)
Postbanknummer: 2108003
of Bankrekeningnummer: ABN AMRO 549631992
van Stichting Vrouwe van alle Volkeren
te HEEMSKERK
|