|
bulletin nr 12 – maart 2004
Waarom verschijnt de Gezegende Maagd Maria
als de “Vrouwe van alle Volkeren ”?
De verschijningen beginnen in de historische samenhang van de
jaren na de (tweede) wereldoorlog toen optimisme overheersend
was, met name in Europa. De Kerk ondervond in het algemeen kracht
en zelfvertrouwen, en optimisme in Holland gedurende deze periode
werd afgeschilderd in de uitdrukking : “het rijke Roomse
Leven”. Toch ziet de Moeder van God opkomende gevaren die
de Kerk en de wereld bedreigden, en waarschuwt in ernstige taal.
“Besef je de ernst van de tijden ? Sluit uw hand ineen in
gebed. Ga en plant het kruis toch midden in de wereld. Jullie
zijn allen verantwoordelijk voor de taak voor uw taak die ge in
deze tijd te vervullen hebt.Biedt weerstand aan de invloed van
de verkeerde geest. Bid elke dag dat de Heer Jezus Christus, Zoon
van de Vader, de Heilige Geest moge zenden over de aarde en de
Vrouwe van alle volkeren, die eens Maria was, zal jullie Voorspreekster
zijn”(41e boodschap, 6 april 1952); “gij kent uw grote
gevaar niet..er is een geest ...om u te ondermijnen...(23e Boodschap,
15 augustus 1950)
41e boodschap 6 april 1952
“Ziet toch de ernst
van deze tijd. Sluit uw handen ineen. Plant het kruis toch midden
in de wereld. Gij zijt allen verantwoordelijk voor uw taak, die
gij in deze tijd te vervullen hebt. Laat u niet naar de verkeerde
geest brengen. Bidt elke dag dat de Heer Jezus Christus, Zoon
van de Vader, de Heilige Geest moge zenden over deze wereld en
de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, zal uw Voorspreekster
zijn. Het zij zo.”
23e boodschap, 15 augustus 1950
...Dit is het tijdperk van de politiek-christelijke strijd. Dan
zegt de Vrouwe: “Grote
gebeurtenissen gaan zich nu toespitsen. De chaos waarover ik sprak
is aan de gang. De rampen zijn gekomen. Regeringen zijn afgetreden
en er zullen nog meer komen”...
Daarna zegt de Vrouwe weer: ...“Christenheid,
gij kent uw groot gevaar niet, er is een geest, om u te ondermijnen”.
De Vrouwe toont zichzelf terwijl ze staat voor het kruis, bekleed
met de zon. Haar voeten zijn op de aardbol geplant. Drie stralen
stromen uit haar handen, die “Genade, Verlossing, en Vrede”
symboliseren, die God haar verleent om aan de mensheid te worden
uitgedeeld. Ze richt zichzelf tot de Kerk en tot de wereld met
aansporingen en vermaningen, en toch zijn haar woorden vol hoop
en brengen de belofte van redding.(zie het document van het tweede
Vaticaanse Concilie, Lumen Gentium, 62).
33e boodschap, 31 mei 1951
...Ik
sta voor het kruis van de Verlosser. Mijn hoofd, handen en voeten
als van de mens, als van de Mensenzoon; het lichaam als van de
Geest. Mijn voeten heb ik vast op de aardbol gezet, omdat de Vader
en de Zoon mij in deze periode in deze wereld wil brengen als
de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster...
“Kijk nu naar mijn handen en vertel wat gij ziet.”
...“Dit zijn
drie stralen, de stralen van Genade, Verlossing en Vrede. Door
de Genade van mijn Heer en Meester zond de Vader, uit liefde voor
de mensheid, zijn enige Zoon als Verlosser op de wereld. Zij beiden
willen nu de Heilige, de ware Geest zenden, die alleen Vrede kan
zijn. Dus: Genade, Verlossing en Vrede.”
De Moeder van de mensheid komt in deze ernstige historische tijd
om de mensheid bij te staan en de weg te wijzen naar haar Zoon
en naar redding(verg. Johannes, 2,5). Dit historische moment is
er wanneer Maria, nederige dienstmaagd van de Heer (zie Lukas
1,38) wenst gekend te worden als de universele Moeder van alle
naties en volkeren: “Maak
u gereed voor de strijd – de geestelijke strijd. De Vrouwe
van alle Volkeren wil gebracht worden onder allen, wie of wat
ze zijn. Daarom heeft zij deze titel gekregen van haar Heer en
Meester” (38e boodschap, 31 december 1951).
38e boodschap, 31 december 1951. (titel
Vrouwe van alle Volkeren)
...Nu laat de Vrouwe mij weer heel
duidelijk haar beeltenis zien. Het is alsof zij naar voren
komt. Dan zegt de Vrouwe:
“...de Vader, de
Heer en Meester heeft de Dienstmaagd des Heren gebracht in
de wereld als “Miriam of Maria”. Zij werd uitgezocht
onder alle vrouwen als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster.
Zeg tegen uw theologen”Medeverlosseres werd zij gemaakt
reeds bij aanvang. De Vrouwe van alle Volkeren staat midden
op de wereld voor het kruis. Als voorspreekster sta ik nu
in deze bange tijd. Vraagt allen, wie of wat ge ook zijn,
dat de Ware Heilige Geest mag komen. Dit zult ge vragen aan
de Vader en de Zoon. De Goddelijke Drie-eenheid zal weer regeren
over de wereld.
Maakt u gereed voor de strijd, de geestelijke strijd. De Vrouwe
van alle Volkeren wil gebracht worden onder allen, wie of
wat zij zijn. Daarom heeft zij deze titel gekregen van haar
Heer en Meester.” |
|
| |
(“Ziet
toch de ernst van deze tijd. Sluit uw handen ineen.
Plant het kruis toch midden in de wereld”) |
Deze geestelijke remedie voor de huidige mensheid zoals ontwikkeld
in de boodschappen belicht drie centrale thema’s (het eerste
thema:)
Een nieuw gebed. Naast de herhaalde verwijzingen van de Vrouwe
naar de grote waarde van de Rozenkrans, geeft zij op 11 februari
1951 een nieuw gebed, gericht tot de Heer Jezus:
“Heer
Jezus Christus, Zoon van de Vader,
zend nu Uw Geest over de aarde.
Laat de Heilige Geest wonen
in de harten van alle volkeren,
opdat zij bewaard mogen blijven
van verwording, rampen en oorlog.
Moge de Vrouwe van alle Volkeren,
die eens Maria was,
Onze Voorspreekster zijn. Amen.”
De Vrouwe zegt met betrekking tot dit gebed: “Je
kunt de grote waarde niet bepalen, die dit zal hebben”
(...boodschap, 15 april 1951) “...en
belooft dat allen die dit zullen bidden voor de afbeelding en
de hulp van Maria vragen, de Vrouwe van alle volkeren, de genade
zullen krijgen voor ziel en lichaam, in de mate waarin de Zoon
wenst. ”( …boodschap, 31 mei 1951).
31e boodschap, 15 april 1951 (het gebed)
Dit zal en moet gebeuren; de mensen die dit gebed aannemen, zullen
de belofte maken dit iedere dag te bidden. Gij kunt niet bepalen
de grote waarde die dit zal hebben. Gij weet niet wat de toekomst
brengt. “En nu laat de Vrouwe mij zien, alsof over de wereld,
de hele aardbol slangen rondkruipen. Dan zegt de Vrouwe weer:
“De mensen beseffen nog steeds niet hoe erg het is gesteld
in de wereld. Omdat de mensen zo vervlakken, kunnen zij niet voelen
hoeveel schade dat brengt aan het geloof”...En de wereld
moet gered worden van verwording, rampen en oorlog. Zend dit gebed
met beeltenis naar die landen, waar het geloof is afgenomen.
33e boodschap 31 mei 1951 (Maria
Middelares van alle Genaden)
Dit is de eerste maal dat de Vrouwe verschijnt op 31 mei, de dag
waarop destijds in sommige kerkprovincies het feest van Maria
Middelares van alle Genaden werd gevierd.
“Zorg dat het gebed,
waarin kort en krachtig gevraagd wordt om de Heilige, ware Geest
te zenden, toch zo vlug mogelijk verspreid wordt. Zeg tegen je
leidsman en allen die daaraan meewerken, dat ik de belofte geef,
dat ik allen die voor de beeltenis zullen bidden en vragen aan
Maria, de Vrouwe van alle Volkeren, de genade zal geven naar ziel
of lichaam naar gelang de Zoon wilt. Gij zult dit niet in beperkte
kring beschouwen. Ik immers ben “De Vrouwe van alle Volkeren”.
Deze beeltenis zal gaan van land tot land, van stad tot stad.
32e boodschap 29 april 1951
Ik heb u gezegd, voorgezegd, dat eenvoudige gebed tot de Vader
en de Zoon. Zorg daarvoor dat dat verspreid wordt in de wereld
onder alle volkeren. Zij hebben allen het recht daarop.
Ik geef u de verzekering dat de wereld veranderen zal.
333 jaar Begijnhof
Op 2 juli 2004 is het 333 jaar geleden dat de eerste steen van
de Begijnhofkapel te Amsterdam gelegd werd.
Na de Alteratie in 1578 (waarbij het gemeentebestuur van Amsterdam
overging van het katholieke naar het protestantse geloof), werd
de oorspronkelijke kerk van de Begijntjes – inmiddels bekend
als de Engelse Kerk op het Begijnhof – geconfisqueerd. Hetzelfde
gold voor de ‘Heilige Stede’ in de Kalverstraat die
gebouwd was op de plaats waar het Mirakel van Amsterdam had plaatsgevonden
in 1345. Enkele kostbaarheden van deze kerk werden op het Begijnhof
in veiligheid gebracht, waarvan nu nog twee vaandels en twee kussens
te zien zijn in het Amsterdams Historisch Museum naast het Begijnhof.
De verering van het Mirakel van Amsterdam verplaatste zich naar
de Begijnhofkapel, die in 1881 uitmondde in de Stille Omgang.
In de Begijnhofkapel komen de historische lijnen samen van de
Begijntjes, het Mirakel van Amsterdam en de Stille Omgang.
De mooie kleine kapel is daarmee geworden tot een bedevaartsplaats
en wordt jaarlijks door velen bezocht.
De Alteratie
Tot 1578 was Amsterdam een overwegend rooms-katholieke stad, met
twee grote parochiekerken, zes kapellen en vele kloosters. De
verering van het Sacrament van het Mirakel bracht jaarlijks een
levendige jaarmarkt met zich mee, waarbij duizenden pelgrims naar
de stad kwamen en voor een bloeiende economie zorgden.
In Amsterdam verzetten de protestante hervormers zich vooral tegen
de ‘afgoderij’ van de Hostie en de ‘roomse opvatting’
van de Heilige Mis. In een onbloedige revolutie namen de protestanten
de macht in Amsterdam van de katholieken over en werden de katholieke
magistraten afgezet. Bovendien werd het de katholieken verboden
om openlijk hun geloof te belijden, hetgeen ook betekende dat
alle eigendommen van de katholieke kerken en kloosters door de
overheid in beslag werden genomen.
Maar de katholieken richtten ‘huiskerken’ op om toch
hun geloof te kunnen belijden.
In de 43e boodschap van 5 oktober 1952 zegt de Vrouwe ; “Het
is de wens van de Vrouwe dat deze beeltenis zal gaan naar Nederland
en wel in Amsterdam. Daar heeft de Vrouwe haar bijzondere bedoeling
mee. In Amsterdam, de mirakelstad, daar zal ook de Vrouwe van
alle Volkeren komen.”
In de 45e boodschap van 20 maart 1953 zegt de Vrouwe:
“...Amsterdam heb ik uitgezocht als de plaats van de Vrouwe
van alle Volkeren. Het is ook de plaats van het Sacrament.”
Het Mirakel van Amsterdam
Het mirakel van Amsterdam vond plaats op 15 maart 1345, 600 jaar
voor de eerste verschijning van de Vrouwe van alle Volkeren.
In zijn huis Kalverstraat lag een zieke man op sterven. Hij ontving
de laatste sacramenten maar braakte de Heilige Hostie uit. De
vrouw die hem verpleegde, wierp daarop het braaksel in het vuur,
maar de Hostie blijft in het vuur zweven. Zij legde deze op een
doek in een kist en de pastoor van de parochiekerk, de huidige
Oude Kerk, wordt erbij gehaald. Deze nam de Hostie in alle stilte
mee, maar tot ieders verbazing lag de Hostie de volgende morgen
weer in de kist. Voor de tweede maal kwam de priester en hetzelfde
ritueel voltrok zich. Toen de dag erna de Hostie op onverklaarbare
wijze voor de derde maal in de kist werd aangetroffen, begreep
men dat het de bedoeling was dat dit wonder publiekelijk bekend
werd. De Hostie werd opnieuw naar de Oude Kerk gebracht, maar
nu in een luisterrijke processie of ‘ommegang’.
Het jaar daarna in 1346 wordt door de bisschop van Utrecht, bisschop
Jan van Arkel, verklaard dat er sprake is van een wonder.
Twee jaar na dit voorval wordt er al op de plaats van dit wonder
een kapel gebouwd ‘Ter Heylighen Stede’. (de Heilige
Stede).
Bovendien ontstond de gewoonte om rond de 15e maart een sacramentsprocessie
door de straten van Amsterdam te houden. Er kwam een stroom pelgrims
op gang naar deze kapel om het Mirakel van Amsterdam te vieren.
Aan de ‘roomse processie’ kwam een eind toen in 1578
het bestuur van Amsterdam overging naar het gereformeerde geloof
(alteratie).
Ook waren er beroemde pelgrims, zoals rond 1484 de aartshertog
Miximiliaan van Oostenrijk.
(de latere keizer). Hij schonk de kapel een kelk, misgewaden,
een grote waskaars en een glas in lood raam waarop hij zelf afgebeeld
stond. Dit raam werd in de kapel geplaatst. Enkele jaren later
schonk hij Amsterdam het recht om zijn keizerskroon boven het
stadswapen te mogen voeren.
Heilige Stede
Bij de alteratie van 1578 werd ook deze kapel geconfisqueerd en
na paardenstal en opslagplaats geweest te zijn, werd het voor
de protestantse eredienst gebruikt en - om met het verleden te
breken - de ‘Nieuwezijds Kapel’ genoemd. En in 1624
werd de haard uit de ‘heilige hoek’ afgebroken.
Enkele voorwerpen uit de Heilige Stede konden door de katholieken
van de ‘beeldenstorm’ worden gered, waaronder vier
kussens, twee processievaandels en een missaal, en dezen werden
bij de Begijnen in bewaring gegeven. Zo heeft het Begijnhof de
functie van de Heilige Stede overgenomen.
De kapel raakte in de 19e eeuw verder in verval; zo moest bijvoorbeeld
het glas in lood raam van Maximiliaan vervangen worden door gewoon
glas. Pilaren waren verzakt en de kapel was vanaf 1898 niet meer
nodig voor de eredienst. Daarom wilde de katholieken deze kapel
terugkopen, maar toch werd de kapel onder luid protest in 1908
gesloopt. De protestante kerkenraad beschouwde het vereren van
de Hostie als bijgeloof, wat op geen andere manier uit te roeien
is dan door het afbreken van de vereringsplaats.
Dit besluit is altijd zeer betreurd, ook omdat het een voor de
stad heel belangrijke historische plaats was!
Enkele elementen van de kapel zijn bewaard gebleven. Zo is op
het Rokin een kolom geplaatst. Op dit moment is de kolom tijdelijk
(voor enige jaren) verwijderd in verband met de bouw van de Noord-Zuidlijn.
Op 11 maart 2001 werd aan de Kalverstraat een ‘GedachteNis’
onthuld op de plaats van de ‘heilige hoek’.
Het initiatief voor deze gevelsteen was genomen door het Gezelschap
van de Stille Omgang, dat de traditie in ere houdt door jaarlijks
het Mirakel te gedenken. In de gevelsteen, gemaakt door Hans ’t
Mannetje, is een nis uitgehouwen welke verwijst naar de nisvormige
haardstede die weer teruggrijpt op de oorsprong van het Mirakel.
Bron: http://www.begijnhofamsterdam.nl
|