Bulletin december 2002 nr 7


BRAZILIË

Afgelopen juli ontving monseigneur Jozef M. Punt een schrijven van de priester-missionaris Petrus Maria de Waard s.m.m., die werkzaam is in Atibaia, Brazilië. Sinds 1996 zet de pater zich actief in - met goedkeuring van zijn bisschop - voor de Vrouwe van alle Volkeren. In zijn brief schrijft hij over de resultaten die hij tot nu toe geboekt heeft. Met toestemming van mgr Punt en pater de Waard drukken wij hier een gedeelte af.


Nadat pater de Waard de bisschop verteld heeft over de verspreiding van vele tienduizenden gebedsprentjes, schrijft hij;


‘Mijn bisschop, Dom Bruno Gamberini - ons bisdom heet Bragança Paulista -, wil zo spoedig mogelijk een kerk aan de Vrouwe van alle Volkeren toewijden. Mijn buurtpastoor was juist over de bouw van een kerk aan het denken, in een wijk van tienduizend katholieken. De bisschop had gister een gesprek met hem (4 juli jl., red.) en de idee werd aanvaard. Het wordt de eerste kerk- ‘heiligdom’ van de Vrouwe in Brazilië’.


Reeds in andere landen staan kerken toegewijd aan de Vrouwe van alle Volkeren. Bali, Nusa Dua had de primeur. Hierna volgden Indonesië en India, Trivandrum. Deze vond plaats onder het episcopaat van de aartsbisschop en metropoliet van de Syro-Malankarese Katholieke Kerk mgr Cyril Marbaselios op 30 dec 1999. De goedkeuring van mgr Gamberini maakt een volgende mogelijk, maar om haar te bouwen is wel het een en ander nodig. Wij citeren pater de Waard:


‘Het is een materiaal arm gebied. Ik zal proberen te helpen middels de giften die ik uit Duitsland en Nederland ontvang. Zouden er in Nederland mensen zijn die ons willen helpen, dan is hun steun zeer welkom. Maria zal alles leiden, op haar wijze.’


Graag willen wij pater de Waard danken voor zijn inzet. Aarzelt u niet hem te helpen. (Missieprocuur Montfortanen, Voerendaal, postbank 521014 o.v.v. ‘Kerk de Waard’)


Berichten als deze zijn voor allen die zich inzetten voor de belangen van de Vrouwe - die slechts de belangen van haar Zoon behartigt - werkelijk bemoedigend.


Wellicht vraagt u zich naar aanleiding van dit artikel af hoe de ontwikkelingen in Amsterdam zijn met betrekking tot dit onderwerp. Daarover kunnen wij u meedelen dat er onderhandelingen over de lokatie plaatsvinden met de gemeente Amsterdam. Indien we meer nieuws hebben zullen wij u hiervan van op de hoogte stellen.

de redactie

 


DE BOODSCHAPPEN een teken van echtheid

Kerstmis is bij uitstek een tijd van gezelligheid, traditie en bezinning. Wij gaan naar de kerk en wel om Jezus te vinden in de kribbe of uit gewoonte: omdat het erbij hoort, of om in de juiste stemming te komen. Staan wij wel voldoende stil bij wat de geboorte van Christus betekent? Zijn leven, Zijn sterven, Zijn erfenis die ons is nagelaten in de heilige Eucharistie: Zichzelf!Moeten wij niet dankbaar zijn dat wij tot zijn erfgenamen mogen behoren?


Enige jaren vóór het Tweede Vaticaans Concilie, een tijd waarin niemand nog twijfelde aan de tegenwoordigheid van Christus in de H. Eucharistie, gaf de Vrouwe van alle Volkeren een profetische boodschap. Zij vermaande: ‘Neen, volkeren, niet een gedachte, maar Zichzelf…’ Nu, 55 jaar later, blijkt de meerderheid van de geestelijkheid: kardinalen, bisschoppen, priesters maar ook leken, niet meer in deze heilige Tegenwoordigheid te geloven, en noemen ze haar ‘symbolisch’! Deze boodschap uit 1957 is een teken van echtheid. Dit had geen mens kunnen of durven voorspellen!


‘En gij volkeren, laat u door de Vrouwe brengen tot de Heer, brengen tot uw sacramenten.’ Nu schudt de Vrouwe heftig het hoofd en kijkt zeer eigenaardig en zegt dan: ‘Gij gaat daar zo raar mee om. Ik weet, de Vrouwe van alle Volkeren wéét wat deze tijd is voor de christenmensen en daarom heeft Zij twaalf jaar mogen komen om u te waarschuwen, om u te helpen, om u te brengen terug en naar de Heer Jezus Christus… De Heer heeft u allen verlost. Gij die afgedwaald zijt, keert terug!… Voordat de Heer Jezus Christus Zijn natuurlijke dood stierf; voordat de Heer Jezus Christus opging tot de Vader; voordat de Heer Jezus Christus verscheen in de wereld; opnieuw kwam onder de mensen (Ida schrijft: het leek of de Vrouwe dit als verduidelijking zei, omdat ik het hoofd schudde omdat ik het niet begreep)… gaf Hij u het grote mysterie, het grote wonder van elke dag, elk uur, elke minuut: Hij gaf Zichzelf. Neen volkeren, niet een gedachte. Neen volkeren, luistert naar hetgeen Hij gezegd heeft: niet een gedachte maar Zichzelf onder de gedaante van een stukje brood, onder de gedaante van wijn. Zó wil de Heer onder u komen, alle dagen’. (31 mei 1957)

‘Waarschuw de clergé voor dwaalleerstellingen vooral op het gebied der Eucharistie.’ (31 mei 1958)

De mariale dogma’s

De Vrouwe vraagt in verschillende boodschappen om haar laatste of vijfde dogma. Maar welke waren de vier voorafgaande? In het onderstaande fragment uit zijn volgend jaar te verschijnen boek over de Vrouwe van alle Volkeren geeft historicus en hispanist Robert Lemm zijn visie.

Maria, last but not least

De Onbevlekte Ontvangenis, het derde mariale dogma, is beslist het bekendste. Het werd in 1854 uitgeroepen door Paus Pius IX en vier jaar later bevestigd in Lourdes. Minder bekend is dat het er honderden jaren over gedaan heeft om uitgeroepen te worden. Dat Maria onbevlekt ontvangen was, is in de Kerk van Rome nooit betwijfeld. Of je er een bindend leerstuk van moest maken, was een andere zaak.

De franciscanen waren de grootste voorvechters van de Onbevlekte Ontvangenis; de dominicanen vonden een officiële uitspraak problematisch: wat je formuleert, is kwetsbaar, kan ketters voedsel geven, tot spot leiden. Dichtbij een afkondiging kwam het in de zeventiende eeuw in de bloeitijd van de Contrareformatie, toen het katholicisme zich profileerde tegen de protestantse dwalingen en sterke nadruk legde op de Eucharistie, de heiligenverering, het vagevuur, de engelen-hiërarchie en, last but not least, Maria.


Een dwingende omstandigheid

Maria was, is en blijft van het katholicisme het middelpunt, model en beeld van de enige ware Kerk. Dat ze als Moeder van God en Altijd Maagd kon worden aangeroepen, gaat terug op uitspraken van heel ver vóór de Reformatie: het Concilie van Efeze (431) en het Concilie van Lateranen van 649, waarmee de eerste twee dogma’s zijn gegeven.

De twintigste-eeuwse Kerkvader G.K.Chesterton opperde dat ‘de waarheid, zodra men haar aanvalt, verandert in een dogma’; iets dat in onze postmoderne tijd enorm impopulair is, zelfs onder priesters. ‘Christenen’ - stelde rond 1860 de grootste katholieke geleerde van de laatste twee eeuwen, de helaas nog steeds niet heiligverklaarde kardinaal John Henry Newman - ‘vragen de heilige Schrift pas bewijzen voor hun leerstukken op het moment dat de omstandigheden hen daartoe dwingen, maar afgezien daarvan kan de interpretatie als een dieper indringen van de openbaarheidsinhoud worden aangemerkt’.

De dwingende omstandigheid om Maria tot Moeder van God uit te roepen was de dwaalleer dat Jezus van Maria alleen zijn menselijkheid had - en zijn goddelijkheid door verdiensten kreeg toegevoegd. In Efeze stelden de concilievaders dat Jezus in zich godheid en mensheid verenigt, dus is Maria Moeder van God.

De kennisverdieping waartoe het leerstuk van 431 leidde, betreft de Menswording van de Tweede Persoon waarmee Maria onlosmakelijk verbonden is. Dat zij als Moeder van God desondanks maagd bleef - voor, tijdens en na de geboorte van haar Zoon - loopt via haar vrijstelling van de erfzonde al op het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis vooruit. Dat God om mens te worden niet zomaar een willekeurige vrouw nam , maar een die Hij van meet af aan had voorbestemd en dus de volmaakste kwaliteiten had toebedeeld, ligt voor de hand. Eva was de doorn des doods, Maria de roos des levens, dichtte de vader van de bruidsmystiek Bernardus van Clairvaux in de twaalfde eeuw; ‘als iets niet in strijd is met de kerkelijke leer, verkies dan Maria het meer verhevene toe te dichten’, adviseerde een eeuw later de minstreel van de Menswording, de zalige Johannes Dun Scotus. ‘Niets is in staat haar waardigheid uit te drukken; theologisch gezien, is het even onmogelijk haar te vereren als de haar toekomende eredienst te overdrijven; de glorie van Maria en haar oecumenische heerlijkheid spotten met de overdrijving’, betoogde de katholieke apologeet Léon Bloy in 1907. Dit zijn maar een paar grepen uit de berg mariale lofprijzingen die eeuwen van religieuze genieën hebben opgetast.


Hoop in bange dagen

De Onbevlekte Ontvangenis werd afgekondigd toen de nood hoog was, tijdens de ontmanteling van de Kerkelijke Staat. Maria Tenhemel Opneming - logisch volgend uit het feit dat zij zonder erfsmet ontvangen, dus niet ontvankelijk voor het bederf van de dood was - moest na de Tweede Wereldoorlog troost bieden: op haar mogen wij de hoop stellen dat ook ons lichaam na uitboeting van de zonden en vrij van bederf in eeuwigheid zal voortleven. Die troost en hoop waren na de recente genocides en de gruwelbeelden geen overbodige luxe. Maar het verheerlijkt leven van Maria en ook haar kroning tot Koningin van hemel en aarde betreffen vooralsnog haar eigen loopbaan. Het vijfde en laatste mariale dogma is het grootste omdat zij zich daarin manifesteert als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster, ofwel in wat zij doet voor ons, voor de wereld. Wordt dat dogma uitgesproken, dan zal - aldus de boodschappen van Amsterdam - de positie van de Kerk sterker worden, en daardoor zal ook de vrede komen.


De oecumene

Maar durft de Kerk het? Paus Pius XII verwijderde de titel Medeverlosseres uit de documenten van zijn pontificaat. En daarna kwam het Tweede Vaticaans Concilie dat de ramen van de Kerk voor de wereld opende en de dialoog aanging met de afgescheiden broeders, die de rol van Maria nooit hadden gezien (de oosterse kerken natuurlijk uitgezonderd!). Toen paus Pius XII het vierde mariale dogma afkondigde, had de Anglicaanse kerk, die nog het dichtst bij Rome staat, geprotesteerd dat `er voor een dergelijke uitspraak geen bijbelse noch historisch grondslag is; en de aartsbisschop van Canterbury had het dogma ‘een nieuwe hindernis voor de eenheid der christenen’ genoemd, ‘terwijl de gevaren van onze tijd juist alle christenen dichter bijelkaar zouden moeten brengen. Het is dus begrijpelijk dat Pius XII niet stond te springen om pal na het vierde, ook nog eens het vijfde mariale dogma door te voeren, al was de theologie er in die tijd klaar voor. De titel Medeverlosseres moest zelfs wijken en dat gebeurde precies op het moment dat Maria als Vrouwe van alle Volkeren vanuit Amsterdam haar titel kwam terugvragen! De verschijningen aan Ida Peerdeman moesten dus, alleen al daarom, op gesloten deuren stuiten. De sfeer die het Tweede Vaticaans Concilie schiep, was in toenemende mate wars van mariolatrie. Incidenteel mochten pausen Maria dan ‘Moeder van de Kerk’, ‘Moeder van de Verlosser’ en zelfs ‘Medeverlosseres’ noemen - dat laatste uit de mond van paus Johannes Paulus II - , de postconciliare kompasnaald wees in tegengestelde richting. Een theologenconferentie of zelfs een Mariaal Congres in 1996 in Czestochowa kwam tot de conclusie dat de titel Medeverlosseres niet strookte met het belang van de oecumene.


Katholiek Nederland

Toen de bisschop van Haarlem op 31 mei 2002 de verschijningen en boodschappen van Amsterdam van bovennatuurlijke oorsprong noemde en daarmede impliciet de aandrang op het laatste dogma ondersteunde, bleef de openbare bijval uit. Dat mag niet verbazen. Nederland is tamelijk vreemd aan de Maria-mystiek. Het land ligt daarvoor te noordelijk, was te diep door het calvinisme beïnvloed en had zich sinds de Tachtigjarige Oorlog te radicaal afgesloten voor wat er uit het - immers vijandige - zuiden van de Contrareformatie kon aanwaaien. Wie in de Republiek katholiek was, was tweede rangs; en om toch nog mee te tellen keek je er wel voor uit om verder af te wijken dan strikt noodzakelijk. Die houding heeft katholiek Nederland definitief bepaald. Ziedaar het groote verschil met Vlaanderen, dat nooit problemen met Spanje had en waar Maria altijd springlevend aanwezig was, en nog steeds is. De Nederlandse clerus is overwegend een produkt van droge theologie, bloedeloze logica, ver van het hart en de arme. Gelukkig echter, is de katholieke Kerk een wereldkerk, en de rol die Nederland speelt is gering. Latijns Amerika bijvoorbeeld, mag - begrijpelijk - hebben gedwaald op het punt van de zogeheten bevrijdingstheologie, Maria dragen ook de radicaalste bevrijdingstheologen zeer hoog in het vaandel. Is zij niet ook troost der bedrukten? Zal zij trotsaards niet neerhalen en de nederigen niet verheffen? Is het, kortom, mogelijk, logisch mogelijk, dat de Moeder van de Verlosser niet Mede-verlosseres is? En denkt ook maar iemand met een gezond verstand dat haar titel ook maar iets afdoet aan de centrale rol van haar Zoon?


Robert Lemm

 


HET LAND VAN DE MOEDER VAN ZEVEN SMARTEN

Dit verslag van de gebedsdag in Slowakije ontvingen we uit handen van zr Maddalena, één der religieuzen van de Familie van Maria de Medeverlosseres. De Familie is in 1970 gesticht en heeft sinds zeven jaar de pauselijke erkenning. Zij heeft tot nu toe dertig priesters voortgebracht en 350 religieuzen, waarvan 150 broeders/ priesterkandidaten.

Na de eerste internationale gebedsdag van de Vrouwe van alle Volkeren in 1997, hadden wij in de slowaakse editie van ons tijdschrift ‘Triomf van het Hart’ geschreven dat het jaar daarop wederom een internationale gebedsdag in Amsterdam georganiseerd zou worden. Al snel na de publicatie van dat artikel bleek dat er onder de slowaken een groot animo was voor een bedevaart naar de gebedsdag in Amsterdam. Nog voor het bekend was dat vanuit Slowakije pelgrimsbussen zouden vertrekken, bereikten meer dan vierhonderd aanmeldingen ons Moederhuis te Stara Halic. Het resulteerde in een totaal van elf bussen: 440 pelgrims van wie honderdvijfendertig jongeren. Eén van hen gaf ons na afloop de volgende getuigenis: ‘Toen ik een paar duizend mensen voor de monstrans op hun knieën zag, besefte ik dat God daar werkelijk tegenwoordig moest zijn.’ Bij terugkeer in eigen land hielden de bedevaartgangers hun in- drukken en de ontvangen geestelijke bemoediging niet voor zich, en weldra begonnen zij ijverig te missioneren. Vanaf die tijd kwamen bij ons vele duizenden verzoeken om gebedsprentjes binnen.


Aanwas van pelgrims

Dit jaar, 2002, kwamen de slowaken voor de tweede maal in eigen land samen voor een gebedsdag. Lucenec, waar de gebedsdag plaatsvond ligt niet ver verwijderd van Stara Halic, maar anders dan dit kleine dorpje dat arm is, is Lucenec een middelgrote, vrij moderne plaats met enkele redelijk luxe hotels. De turnhal, die voor het doel gekozen was, onderging binnen korte tijd een gedaanteverandering toen de verzamelde gelovigen - zo’n vierduizend - de Vrouwe van alle Volkeren hun persoonlijke eer kwamen bewijzen. De pelgrims waren afkomstig uit alle delen van Slowakije en ook uit de naburige landen: Tsjechië, Polen, Hongarije. Velen kwamen spontaan zonder zich aan te melden. Zo gebeurde het dat wij om 03.00 uur in de ochtend onze opwachting maakten op het station van Lucenec en er naast de vier aangemeldde pelgrims tevens tien anderen met hetzelfde reisdoel uit de trein stapten. Bovendien bleek er een groep pelgrims reeds aangekomen vóór ons, die in de stationshal het krieken van de ochtend afwachtten. U kunt zich voorstellen dat wij blij verrast waren toen we zagen hoe de groep van vier snel en onverwacht was aangegroeid.


Een groot succes

Het motto van de dag luidde: ‘Maria, Moeder van alle Volkeren leidt ons naar de Eucharistie, naar de bron van de genade’. En werkelijk! De Eucharistie werd het lichtende middelpunt van ons gemeenschappelijk bidden en zingen. Tijdens de H. Mis bleek de hal te klein, dus stroomde ook de aangrenzende ruimte vol. De preek werd gehouden door mgr Paul Maria Hnilica, die ons het laatste, zo beslissende bezoek van de Heilige Vader aan Polen uit de doeken deed. Om blijk te geven van onze dankbaarheid jegens God en de Patrones van ons land: ‘Sedembolestna’, ‘Moeder van zeven smarten’, droegen vertegenwoordigers uit het noorden, zuiden, oosten en westen van Slowakije in hun prachtige klederdrachten hun gaven naar het altaar. Ten slotte hernieuwden wij, de religieuzen, onze geloften met de woorden waarmee de paus in het jubeljaar de hele wereld aan het Onbevlekte Hart van Maria had toegewijd. De namiddag verliep in gebed, voordracht en indrukwekkende getuigenissen. Vóór de plechtige slotzegen mochten de kinderen naar het podium komen om daar te dansen en te zingen ter ere van God en de Moeder van alle Volkeren. Deze gebedsdag zal, na dit succes, beslist niet de laatste zijn. Nu al kijken de gelovigen reikhalzend uit naar de vijfde internationale gebedsdag te Amsterdam: Slowakije zal daar met velen vertegenwoordigd zijn.

zr Maddalena F.M.M.

 


CITAAT Johannes Paulus II tijdens een Algemene Audiëntie

‘Maria, die zonder enige zondesmet werd ontvangen en geboren, heeft op wonderbaarlijke wijze deelgenomen aan het lijden van haar goddelijke Zoon om zo Medeverlosseres van de gehele mensheid te zijn.’ (8 december 1982)

 


VAN DE REDACTIE

Met de vaststelling van de authenticiteit van de bovennatuurlijke oorsprong der boodschappen en verschijningen van de Vrouwe van alle Volkeren is 2002 een gedenkwaardig jaar geworden, waarin de triomf van Maria over de zondige wereld zich steeds duidelijker voor de gelovige ogen aftekent. Het is reden voor grote dankbaarheid. Deo gratias! Deo gratias! Deo gratias!

Wanneer de redactie het verloop van de ontwikkelingen overziet dan komt het haar voor dat het belang van het bulletin gediend is door stem te geven aan het onder de gelovigen levende gevoelen omtrent de rol van Maria, mede-verlosseres, middelares en voorspreekster. Hiertoe heeft de redactie in overleg met het bestuur besloten gastschrijvers uit te nodigen die aan deze eensluidende stem, welke klinkt over de gehele aarde, woorden kunnen geven. Dat God de zondige mens wil betrekken in zijn heilsplan, hoewel Hem dat, om in menselijke termen te spreken, pijn berokkent, tekent de grootheid van zijn goedheid en de diepte van zijn liefde voor ieder mens. Toch is dit het wat het leerstuk over Maria ons brengt: wanneer de Kerk officieel de mede-verlossende rol van Maria afkondigt, zijn wij kinderen van Haar als dit ook voor ons geldt. Een leerstuk moet echter geleefd worden. Want wij hebben geen geloof van woorden alleen. Wij hebben dan ook de intentie u door middel van het bulletin de christelijke praktijk van deze waarheid te schetsen in de hoop een bemoediging en aansporing te zijn haar tot dagelijkse praktijk te maken.