| DE VROUWE VAN
ALLE VOLKEREN
BETEKENIS EN ACTUALITEIT
In de jaren 1945 tot 1959 verscheen de H. maagd Maria als ‘
De Vrouwe van alle Volkeren ’ verschillende malen aan een
vrouw in Amsterdam, Ida Peerdeman. Ze toont zich staande voor
het kruis, bekleed met de zon. Met haar voeten staat zij op de
wereldbol. Uit haar handen komen drie stralen - Genade, Verlossing
en Vrede – die zij aan de mensheid mag uitdelen. Zij richt
zich tot Kerk en wereld, waarschuwend, vermanend, maar ook met
woor den vol hoop en belofte van redding. Na ruim 50 jaar kregen
de verschijningen op 31 mei 2002 bisschoppelijke erkenning. Deze
bijdrage wil een hulpmiddel zijn om de diepe en zeer actuele betekenis
te kunnen verstaan.
Ziet toch de ernst van uw tijd
De verschijningen vonden plaats in die naoorlogse jaren toen
er optimisme heerste in de wereld, vooral in Europa, en de kerk
zich in het algemeen nog sterk en veilig voelde in het ‘Rijke
Roomse Leven’. Maar Maria zag de grote gevaren die kerk
en wereld bedreigden en waarschuwt in dringende taal : “Ziet
toch de ernst van uw tijd… Ge weet niet hoe groot het gevaar
is dat u bedreigt… Begrijp toch uw tijd, begrijp toch de
strijd… Weet toch dat de geest strijd voert… laat
u niet naar de verkeerde geest brengen… handelt toch…
werkt toch…”
De boodschappen schilderen een wereld die dreigt af te glijden
in “verwording, rampen en oorlog”, en een kerk die
een “zware strijd” en een ongekend “verval van
geloof” tegemoet gaat. Ze kondigen een tijd aan waarin “de
strijd om de geest”, de strijd tussen de Vrouwe en “de
vijand van de Heer”, z’n hoogtepunt zal bereiken .
Maar ook een tijd waarin de heilige Geest “meer komen zal
dan ooit” en “het Rijk Gods meer nabij is dan ooit…”
Concrete voorzeggingen
Vooral de eerste boodschappen uit de jaren 1945-1950 bevatten
ook concrete voorzeggingen en waarschuwingen. Vele hebben al plaatsgevonden,
of zien we voor onze ogen voltrekken (“de tekenen zitten
in mijn woorden”). Andere zijn nog in de toekomst verborgen.
In de wereld: landing op de maan… val van het communisme…
oorlog op de Balkan…
strijd in het Midden-Oosten, waarbij de hele wereld betrokken
raakt en “als het ware in tweeën verscheurd zal worden…”
gevaar van chemische en biologische oorlogsvoering… strijd
in Korea die “ met tussenpozen” zal opleven en “
begin van grote ellende ” zal zijn … Verdeeldheid
tussen Amerika en Europa: ”economische oorlog, boycot -
acties, valuta, rampen …” opstand in Mantsjoerije…
veranderingen in de natuur… meteoren… etc.
In de kerk: verval van geloof… interne verdeeldheid…
zware wolken boven het Vaticaan… “celibaat, van binnenuit
bedreigd… dwaalleerstellingen, vooral op het gebied der
Eucharistie…” oproep tot sterker sociaal engagement
van de kerk: “Encyclieken, dat is de goede weg …”
oproep tot veranderingen in de kerk van de jaren vijftig, om haar
voor te bereiden op wat komen gaat, “maar goed , met de
goede Geest…” In beelden wordt de zieneres al het
Tweede Vaticaans Concilie getoond en acht maanden tevoren de dood
van paus Pius XII voorzegd…
Voorwaardelijk , afhankelijk van het bidden en werken van de mensheid
en de kerk, spreekt de Vrouwe over een wereldcatastrofe of wereldvrede.
De zending van de Vrouwe
Voor deze dramatische tijd is de Vrouwe gekomen. Zij mag de mensheid
te hulp komen en wegen van redding wijzen. Na de afkondiging van
het dogma van Maria Tenhemelopneming in 1950 nemen de boodschappen
een nieuwe wending.
Voor de eerste maal toont de Vrouwe zich staande voor het Kruis,
waarmee zij als Moeder lijdend en offerend verbonden is, en noemt
zich met haar nieuwe titel: “Ik ben de Vrouwe, Maria, Moeder
van alle volkeren… Ik sta als de Vrouwe voor het Kruis,
als de Moeder voor mijn Zoon, die door de Vader in mij gekomen
is…”
Nú, profeteert zij, gaat de zending in vervulling die de
Heer haar op het kruis had gegeven: “Bij het heengaan van
de Heer Jezus Christus gaf Hij Mirjam of Maria in één
gebaar aan de volkeren, haar als ‘de Vrouwe van alle Volkeren’…
Nu willen de Vader en de Zoon de Vrouwe zenden door heel de wereld.
Immers, zij is de Zoon vroeger ook voorgegaan en gevolgd…”
De tijd is gekomen waarin Maria gekend wil zijn als de universele
Moeder van alle volkeren en alle mensen, “wie of wat ge
ook zijt…” Haar moederlijke zending is het “om
alle volkeren in de Geest, de ware heilige Geest, tot elkaar te
brengen”. Steeds weer wijst zij op Christus en Zijn kruis:
“door de Vrouwe van alle Volkeren tot de Heer van alle Volkeren…”
Het reddingsplan dat zij in de boodschappen ontvouwt omvat drie
kernthema’s:
Een nieuw gebed
Enkele malen spreekt de Vrouwe over de grote waarde van het Rozenkransgebed.
Daarnaast geeft zij op 11 februari 1951 een nieuw gebed, gericht
tot de Heer Jezus. De zieneres vertelt :
“Ineens zie ik dat de Vrouwe nog mooier wordt dan zij al
is… Haar gestalte wordt nog doorzichtiger en zó mooi
dat ik er in verrukking naar kijk. Dan zegt ze : Bid toch voor
het Kruis…. Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader zend
nu Uw Geest over de aarde. Laat de heilige Geest wonen in de harten
van alle volkeren, opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording,
rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria
was, onze Voorspreekster zijn. Amen… De Vrouwe spreekt dit
gebed zó mooi en indrukwekkend uit, dat kan geen mens ter
wereld nadoen… Ze benadrukt het woord nú en álle…
Ik zie het nu in grote letters geschreven staan”.
De titel Vrouwe verwijst naar de naam, waarmee de Heer zelf haar
aanspreekt als het gaat om haar zending als nieuwe Eva (Cana…Golgotha..).
Ook klinkt hierin het visioen van Johannes in het boek Openbaring
door. De zin die eens Maria was duidt op het nieuwe van haar zending
voor deze tijd, maar geeft tegelijk aan dat het de maagd Maria
uit H. Schrift en Traditie is die hier spreekt.
Zij wijst er op “hoe groot en voornaam dit gebed is bij
God…”, en belooft dat zij aan allen die “Maria,
de Vrouwe van alle Volkeren” vragen, “genade zal geven
naar ziel of lichaam naargelang de Zoon wil …”
Ook geeft ze een bijzondere boodschap voor de paus:
“A postel van de Heer Jezus Christus, leer uw volkeren
dit eenvoudige, maar zo diepzinnige gebed… Weet wel: grote
dreigingen hangen over de Kerk, hangen over de wereld. Nu is het
tijdstip gekomen waarop gij zult spreken over Maria als Medeverlosseres,
Middelares en Voorspreekster onder de titel ‘de Vrouwe van
alle Volkeren’ . Waarom vraagt Maria dit van u? Omdat zij
gezonden is door haar Heer en Schepper, om onder deze titel en
door dit gebed, de wereld te mogen verlossen van een grote wereldcatastrofe…”
Een nieuw mariaal dogma
Zij vraagt dat het dogma van “Maria Medeverlosseres, Middelares
en Voorspreekster” mag komen, opdat zij haar bemiddelende
rol voor kerk en wereld ten volle kan ontplooien. “De Vrouwe
van alle Volkeren wenst eenheid in de ware heilige Geest. De wereld
wordt omhangen met een valse geest, met satan. Als het dogma,
het laatste dogma in de mariale geschiedenis, is uitgesproken,
dan zal de Vrouwe van alle Volkeren de vrede, de ware vrede geven
over de wereld. De volkeren echter moeten bidden mijn gebed, met
de Kerk…De goddelijke Drie-eenheid zal weer regeren over
de wereld. De Vrouwe staat hier als de Voorspreekster. Het gaat
om de Schepper, niet om de Vrouwe. Zeg dit uw theologen..."
De boodschappen spreken uitvoerig over het nieuwe dogma, betekenis
en oorsprong: Maria, benadrukken ze, is “ de Onbevlekte
Ontvangenis , en dáárdoor Medeverlosseres, Middelares
en Voorspreekster.”
Nieuwe aandacht voor de heilige Eucharistie
Steeds weer benadrukt de Vrouwe het grote belang van de heilige
Eucharistie voor deze tijd. “Brengt uw kinderen terug tot
het Offer… brengt uw volkeren terug tot het Offer…
Hij gaf u het grote Mysterie, het grote Wonder van elke dag, elk
uur, elke minuut…Hij gaf Zichzelf… Nee volkeren, niet
een gedachte!… Hierbij schudde zij heftig het hoofd.
Zij wijst Amsterdam aan als de plaats die zij heeft uitgezocht:
“Het is ook de plaats van het Sacrament (Noot 1). Begrijp
dit alles goed… In Amsterdam, de Mirakelstad, daar zal ook
de Vrouwe van alle Volkeren komen…”
Het zal met de jaren uitkomen
Als de kerk in deze geest handelt en het plan van God volgt,
dan, profeteert de Vrouwe, zullen de volkeren “na 54 een
zucht van verlichting slaken”, dan zal de mensheid een tijd
van vrede geschonken worden. Over welke tijd spreekt de Vrouwe?
De boodschappen geven een verhulde tijdsaanduiding. Steeds weer
worden de jaren 50 tot 54 genoemd als een periode die voorafgaat.
53 wordt genoemd als het jaar “waarin grote wereldgebeurtenissen
en wereldcatastrofen zich zullen afspelen en dreigen”, maar
ook als “het jaar van de Vrouwe van alle Volkeren”.
Aanvankelijk werd hierbij spontaan aan de jaren 1950 tot 1954
gedacht. Echter, de jaartallen waren – met één
uitzondering - uitdrukkelijk als ‘kale’ getallen gegeven,
zonder voorvoegsel, en soms genoemd terwijl het betreffende jaar
al grotendeels voorbij was. Steeds duidelijker werd de dubbele
betekenis: enerzijds hebben ze betrekking op de historische periode,
maar anderzijds wijzen ze daar profetisch overheen naar een tweede,
komende periode.
“Het zal met de jaren uitkomen”, zegt de Vrouwe.
Hierin ligt ten diepste de betekenis van deze devotie: zij wil
de kerk en de volkeren verzamelen rond Christus in de H. Eucharistie
en rond Maria, de Vrouwe van alle Volkeren, om zo de weg te bereiden
voor een hernieuwde komst van de heilige Geest in onze tijd, nieuw
leven voor kerk en wereld.
| Noot 1 |
De Vrouwe verwijst hier naar een eucharistisch
wonder dat op 16 maart 1345 in Amsterdam plaatsvond: een heilige
hostie, door een zieke uitgebraakt en in het vuur geworpen,
zweeft geruime tijd boven de vlammen ten aan schouwe van meerdere
personen. De bisschop stelt een onderzoek in en bevestigt
de feiten. Keizer Maximiliaan van Oostenrijk pelgrimeert naar
Amsterdam en verleent de stad het recht om voortaan op het
stadswapen de keizerskroon te voeren. Mede hierdoor komt de
stad tot bloei. Nog elk jaar in maart lopen duizenden mensen
een stille tocht door Amsterdam in herinnering aan het Mirakel. |
| |
|
|